Achtergrond

Intreerede Welmoed van der Velde als lector Maritime Law


‘Recht en techniek kunnen elkaar versterken’

Branche: Maritieme Cluster | Auteur: Hans Buitelaar | Publicatiedatum:

Zeerecht wordt steeds meer bepalend voor de richting waarin de scheepvaart vernieuwt, houdt Lector Maritime Law Welmoed van der Velde haar publiek voor tijdens haar inaugurele rede op het Maritiem Instituut Willem Barentsz op Terschelling. Internationale maritieme moeten niet alleen de veiligheid, het milieu en zeevarenden beschermen, maar ook de technische innovatie stimuleren.

Van der Velde is de eerste academicus ooit wiens lectoraat is ingewijd op Terschelling. Ze begint hiermee de academische geschiedenis van het eiland. Het 142-jarige MIWB is onderdeel van NHL Hogeschool en biedt bachelor opleidingen maritiem officier, maritieme techniek en ocean technology en de master opleiding marine shipping innovations. De ambitie van het instituut en de kersverse lector is om hier ook PhD onderzoek te begeleiden. Wel blijft het MIWB gericht op de praktijk. De instelling van de leerstoel komt op een moment dat de scheepvaart – maar zeker ook de maritieme wetgeving – op de drempel staat van grote veranderingen.

– Wat zijn de komende jaren de grootste uitdagingen op het gebied van maritieme wetgeving?

Van der Velde: “Ik zie de heel snelle ontwikkelingen op het gebied van ICT, waar de wetgeving rondom veiligheid op schepen en op zee nog helemaal niet op is toegespitst. Smart shipping ligt voor onze voeten. Er is nog heel veel winst te halen op operationeel gebied door het toepassen van internetverbindingen die data uitwisseling en aansturing van buiten het schip mogelijk maken. Maar op juridisch gebied zijn er nog veel vragen. Een aardig aspect van recht is dat het een sociale wetenschap is: hier gelden geen wetten van Newton. De omstandigheden waarop recht van toepassing moet zijn, veranderen steeds en daar moet het recht zich op aanpassen.”

– Op welke juridische vraagstukken richt u zich in het bijzonder?

“Het lectoraat Maritime Law richt zich op drie hoofdgebieden: het versterken van de maritieme sector, het beschermen en versterken van zeevarenden en het beschermen van het mariene milieu. Ten aanzien van maritieme wetgeving, bestaat een aantal problemen. Het is een spaghetti van regels, voorschriften, nationale en internationale wetgeving. Daardoor is het niet altijd duidelijk welk regel wanneer van toepassing is. Een tweede probleem is de praktijk waarin technische ontwikkelingen en innovatie soms oplossingen presenteren die niet binnen de kaders van de wet passen. Er is zogezegd een conflict tussen techniek en wet. Daarnaast zie ik dat de maritieme wetten onvoldoende het milieu beschermen.

 “Deze problemen kunnen worden opgelost vanuit het besef dat recht en techniek juist twee elementen zijn die elkaar kunnen aanjagen. Wanneer de regels bepalen dat er een maximum wordt gesteld aan de uitstoot van schepen, wordt de techniek uitgedaagd om met oplossingen te komen die zorgen dat aan de norm wordt voldaan. Andersom geldt: als de techniek het mogelijk maakt dat schepen vanaf een station op de het land worden bestuurd zonder stuurman op de brug, moet de wetgeving de kaders scheppen waarbinnen zoiets op een veilige manier kan worden uitgevoerd. Recht en techniek zijn in die zin elkaars katalysatoren.”

 – Hoe kan wetgeving innovaties stimuleren, terwijl de richting of uitkomst van de technische ontwikkeling vooraf niet bekend is?

“Door het formuleren van zogenoemde goal based regulations. In de manier waarop normen voor veilige scheepsbouw worden toegepast, zie je dat een andere manier om een schip te bouwen toch wordt toegestaan als de ontwerper kan aantonen dat zijn schip even veilig, zo niet veiliger is dankzij de nieuwe constructie. Ook wetten kunnen zo geschreven worden dat ze een doel stellen, dat technisch op verschillende manieren kan worden bereikt. Met name op het gebied van bescherming van het milieu zie ik nog heel wat gaten in de regelgeving. Daarin gaat naar verwachting de komende jaren een flinke aanscherping komen. Goal based regulations kunnen bovendien een hoop van de onduidelijkheid voorkomen die ontstaat door verschillend geformuleerde wetten van IMO, staten en andere autoriteiten.”

 – Wat wordt anders aan de juridische kennis van de zeevarenden die nu en in de komende decennia worden opgeleid aan het MIWB, ten opzichte van de Maritiem Officieren van vandaag?

“We weten uiteraard niet hoe de scheepvaart er over tien of twintig jaar uitziet. Tegen die tijd werken de studenten die we vandaag opleiden hopelijk in de maritieme sector. Wat we daarom moeten doen is hen een aantal vaardigheden leren, waardoor ze de nieuwste ontwikkelingen steeds begrijpen en daar in hun beroepspraktijk mee kunnen omgaan. Technici moeten de regels weten te vinden die van toepassing zijn op wat ze doen.”

 – U sprak over de spanning tussen techniek en recht. Kunt u een voorbeeld geven?

“Overheden en internationale autoriteiten hebben behoefte om te reguleren wat achter de horizon gebeurt. Wetten kunnen daarom heel verstrekkend zijn, ook naar toekomstige ontwikkelingen. Eén van de problemen bij het toepassen van wetten is dat juristen en technici vaak niet dezelfde taal spreken. Soms is het lastig uitleggen wat we allebei nu precies bedoelen. Daarom werken we op het MIWB met projecten, waarbij studenten vanuit de juridische vakken samenwerken met studenten vanuit de technische vakken, zodat ze al in deze scholingssituatie meemaken hoe lastig deze problemen kunnen zijn. Na zo’n ervaring kunnen ze in hun latere werk beter begrijpen vanuit welk perspectief de ander – de jurist of de techneut – een situatie beoordeelt.”

‘Eén van de problemen bij het toepassen van wetten is dat juristen en technici niet dezelfde taal spreken’

 

– Waarom bent u zelf zo geïnteresseerd in maritieme wetgeving?

“Ik kom weliswaar niet uit een familie met zeevarenden, maar de watersport en het zeilen zijn me met de paplepel ingegoten. We wonen aan het water in Friesland en gaan als het even kan met onze open zeilboot het water op. Toen ik promotieonderzoek deed, specialiseerde ik me al in de privaatrechtelijke positie van zeeschepen. Medestudenten dachten dat dit een saai onderwerp was. Op dat terrein gebeurt nooit iets, dachten ze. Ze hadden het mis. Toen ik net was begonnen met mijn onderzoek, werd aan de hand van de aanvaring met het Noorse vrachtschip de Tricolor in het Kanaal met containerschip Kariba, duidelijk hoe ingewikkeld en boeiend het zeerecht kan zijn. Schepen onder de vlaggen van Noorwegen en de Bahama’s, bezig met internationale operaties en met een multinationale bemanning, op een internationale scheepvaartroute in de Franse EEZ. Wie is waarvoor aansprakelijk?

 “Ik was geboeid en wijdde mijn doctoraalstudie aan de rechtspositie van schepen op zee. Die studie kon ik onder meer doen bij de International Maritime Organization (IMO) in Londen. Later werkte ik voor het Nederlandse ministerie van Veiligheid en Justitie aan wetgeving rond wrakopruiming en olievervuiling door scheepsrampen. Daar moest ik het Nederlandse standpunt vertolken bij IMO en bij de EU in Brussel. Nu kom ik na een aantal betrekkingen steeds dichter bij de praktijk van de zeevarende. Ik bereid studenten erop voor. Met mijn lectoraat aan het MIWB ben ik helemaal op mijn plek.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Welmoed van der Velde (37)

promoveerde in 2006 aan de Rijksuniversiteit Groningen op de thesis ‘De positie van het zeeschip in het internationaal privaatrecht’. Sinds haar promotie werkt ze bij het ministerie van (Veiligheid en) Justitie, de eerste jaren als wetgevingsjurist en vanaf 2011 als raadadviseur. Daarnaast is zij actief als raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Den Haag (sinds 2012), als Chairman van het Executive Comittee International Oil Pollution Compensation Fund (sinds 2013) en als hogeschooldocent aan het Maritiem Instituut Willem Barentsz NHL Hogeschool (sinds 2014). De inaugurele rede van Welmoed van der Velde is na te lezen op onderzoek.nhl.nl.

Partners Maritiem Nederland