Achtergrond

Pieter van Oord, CEO Van Oord:


‘Vanuit het vliegtuig ligt het er schitterend bij’

Branche: Baggeren | Auteur: Jan Spoelstra | Publicatiedatum:

Pieter van Oord (52) is sinds 2008 bestuursvoorzitter van familiebedrijf Van Oord. Sinds kort wordt er weer gebaggerd in Dubai, maar ook dichter bij huis vinden tot de verbeelding sprekende landaanwinningsprojecten plaats zoals de Tweede Maasvlakte en de Zandmotor. Groot geworden in de waterbouw breidt het bedrijf zijn activiteiten uit richting de offshore en offshore windindustrie.

In de hal van het hoofdkantoor van Van Oord aan de Maas in Rotterdam wordt de nieuwbouwstrategie van Van Oord geïllustreerd door een aantal scheepsmodellen. Zo staat er een model van snijkopzuiger ‘Athena’, een zelfvarende snijkopzuiger voor het baggeren in harde ondergrond. Tot twee jaar geleden had het bedrijf nog een achterstand ten opzichte van de concurrentie in het segment van de harde grond.

De Athena wordt momenteel ingezet bij de aanleg van een LNG-haven in Darwin (Australië). IHC Merwede leverde Zusterschip ‘Artemis’ begin april op, en dat schip baggert nu een havenbassin en vaargeul in de haven van La Rochelle (West-Frankrijk). “Wie bij ons komt werken, koopt een ticket to the world”, begint Pieter van Oord, CEO van de in de waterbouw groot geworden multinational.

Inmiddels kan het bedrijf meer dan alleen zand, klei en rots wegbaggeren, getuige een model van stenenstorter ‘Stornes’. Een leiding op de bodem van de vitrine die afgedekt wordt met grind dat afkomstig is uit de valpijp van het schip maken het model compleet. “En zelfs die pijpleiding kunnen we sinds kort leggen”, aldus Van Oord. “Onlangs heeft onze business unit offshore een pijpenlegger in de vaart genomen.” De ‘Stingray’ heeft meteen al twee opdrachten binnen voor de aanleg van pijpleidingen in Korea en Taiwan met een gezamenlijke contractwaarde van ruim 60 miljoen euro.

Ook dichter bij huis is onlangs een aantal projecten afgerond. “Kort geleden vloog ik naar Amerika voor zaken en de piloot vloog langs de Nederlandse kust, over de Zandmotor en langs de Tweede Maasvlakte”, vertelt Van Oord, “het nieuwe land ligt er prachtig bij.” Onlangs leverde aannemerscombinatie PUMA (Boskalis en Van Oord) de Tweede Maasvlakte op tijd en binnen budget op. Ook de aanleg van de Zandmotor liep volgens planning en vorig jaar voerde Van Oord succesvol onderhoudsbaggerwerkzaamheden uit in de Maasgeul (de vaargeul waarlangs de diepst stekende schepen Rotterdam naderen).

Hoe komt het dat grote infrastructurele projecten aan land dikwijls vertragen, terwijl de aanleg van Maasvlakte 2 zo soepel verliep?

“Wat het Havenbedrijf en PUMA heel goed hebben gedaan, is de risicoallocatie in het contract. We hebben veel risico’s in kaart gebracht en goed afgesproken wie welke risico’s draagt. Dat is wat bij de Noord/Zuidlijn bijvoorbeeld is misgegaan. De opdrachtgever heeft daar te veel risico’s en verantwoordelijkheden naar zich toe getrokken. Daardoor kun je een project wel goedkoop aanbesteden, maar bij tegenslagen bij de bouw levert het direct budgetoverschrijding op."

"Bij de bouw van de Tweede Maasvlakte moest rekening gehouden worden met hogere golven en volgens bestaande modellen zou een soortgelijke zeewering als die van de eerste Maasvlakte niet meer volstaan. De betonblokken zouden te klein zijn. Toen zijn onze ingenieurs gaan rekenen en door de blokken net iets anders neer te leggen kon het wel. Het was zonde geweest als we die twintigduizend blokken van veertig ton niet hadden kunnen recyclen.”

Zijn Nederlandse politici goed benaderbaar?

“Ja, zonder meer. De trend die ik waargenomen heb onder de kabinetten van Balkenende en Rutte is dat de Nederlandse overheid bijzonder hulpvaardig is. Daarbij moet je denken aan bijvoorbeeld de exportkredietverzekering, voor een wereldwijd opererend bedrijf als het onze is dat van groot belang. Maar ook de ondersteuning die we krijgen van onze ambassades in het buitenland, daardoor gaan soms deuren open die anders gesloten blijven. Daarnaast biedt onze overheid de mogelijkheid voor een proeftuin. Dat wordt goed geïllustreerd door de Zandmotor.”

Maar levert de Zandmotor niet juist minder werk voor jullie op?

“We hebben daar 20 miljoen kubieke meter zand opgespoten, dat baggeraars anders verdeeld over vier campagnes hadden moeten neerleggen. Vier keer baggerleidingen aan land leggen om zand aan wal te persen, vier keer schepen mobiliseren. Dus ja, we hebben een lagere prijs per kubieke meter zand in rekening kunnen brengen en we hebben minder verdiend dan wanneer we vier keer uit zouden rukken. Maar het grote voordeel is dat we nu een nieuw exportproduct hebben waarmee we ons onderscheiden van onze concurrenten. Op termijn levert die kennisontwikkeling onze baggerindustrie voorsprong op.”

'We hopen dat de aanzwengelende werking die het koningshuis voor het Nederlandse bedrijfsleven heeft onverminderd hoog blijft'

Vorig jaar bezocht koning Willem-Alexander uw stand op de nationale carrièrebeurs. Levert zo’n contact nog iets op voor uw bedrijf?

“Het levert direct een stukje bekendheid op, maar de indirecte effecten van goede relaties met ons koningshuis zijn nog belangrijker. Vooral landen in het Midden-Oosten, door vorstelijke families geregeerde emiraten of sultanaten die een belangrijke markt voor ons vormen, zijn gevoelig voor handelsmissies die gepaard gaan met een bezoek van leden van het koninklijk huis. We hopen dat de aanzwengelende werking die het koningshuis voor het Nederlandse bedrijfsleven heeft onverminderd hoog blijft.”

Met trots laat Pieter van Oord in de hal van het vorig jaar door koning Willem-Alexander (destijds kroonprins) geopende hoofdkantoor het vlaggenschip van het baggerbedrijf zien: een model van de ‘Vox Máxima’. Met 203 meter lengte, 31 meter breedte en een hoppervolume van 31.000 kubieke meter het grootste schip dat ooit in Nederland gebouwd werd. Op de vraag of er tijdens de huidige crisis voldoende werk is voor dit soort schepen, antwoordt Van Oord bevestigend. Wereldwijd kent de baggerindustrie een omzet van 11 tot 12 miljard euro. Dat blijft al enkele jaren stabiel. Overheden in Europa houden echter de hand op de knip als het gaat om grote infrastructurele projecten, maar in bijvoorbeeld Australië (export richting China), Indonesië en Brazilië is volop werk voor de oer-Hollandse baggerindustrie.

Amerika, dat met de uitbreiding van het Panamakanaal zijn havens gereed moet maken voor grotere schepen, en het immer groeiende China blijven lastige gebieden om marktaandeel te veroveren. Amerika kent de Jones Act, die dicteert dat in Amerika alleen waterbouwprojecten mogen worden aanbesteed aan Amerikaanse aannemers, met in de VS gebouwde schepen en met Amerikaanse bemanning. “Aan die laatste twee kun je nog wel wat doen, maar wij blijven natuurlijk een Nederlands familiebedrijf”, aldus Van Oord. “Ook in China hebben we te maken met protectionistische toestanden. Formeel is het een open markt, maar informeel kom je in China niet aan de bak als je niet als onderaannemer van een Chinees bedrijf werkt.”

De grootste concurrent van de vier grote West-Europese baggerbedrijven is het Chinese staatsbaggerbedrijf CHEC. Twee jaar geleden sprak Van Oord in een interview met Management Scope de wens uit om meer in China te baggeren. Maar dat komt nauwelijks van de grond. “Alleen als het gaat om hele speciale schepen, kunnen we zo nu en dan een schip aan CHEC vercharteren.” De CEO legt uit dat Van Oord enkele jaren geleden sleephopperzuiger ‘HAM 318’ (227x32 meter, 32.000 kubieke meter) aan CHEC vercharterde. “Er moest in korte tijd veel zand over een grote afstand vervoerd worden. Daar hadden ze toch echt onze equipment voor nodig.”

Van Oord baggert weer in Dubai. Hoe gaat dat in zijn werk, belt een sultan u op? Hoe verloopt zo’n onderhandeling?

“Wij hebben de order voor het opspuiten van het Jumana Island, 500 meter uit de kust in Dubai, gewonnen door onze goede relaties in Dubai. We zijn daar nooit gestopt met baggeren, hoewel het sinds 2008 flink is afgenomen. De toptijden komen ook niet meer terug. In 2007 en 2008 lagen daar permanent tien hopperzuigers van ons voor de kust, van 2009 tot en met 2012 slechts enkele. Onderhoudswerkzaamheden en kleine uitbreidingen aan de Palmeilanden zijn in opdracht van projectontwikkelaar Nakheel nooit gestopt.

Jumana Island, Dubai

"Voor het opspuiten van het Jumana Island hebben wij ingetekend op een tender die projectontwikkelaar Meraas in de markt heeft gezet. Wij waren het goedkoopste. Dat komt door onze goede relaties in de regio, wij weten waar we goed zand op kunnen zuigen en waar we goedkoop stenen op kunnen halen.”

Het kleine handelsstaatje investeert weer, is dat het ultieme teken dat de crisis voorbij is?

“Dat is te simpel gezegd. Ja, de onroerendgoedprijzen stijgen weer in Dubai, het nieuwe vliegveld genereert economische activiteit, toerisme floreert en er wordt weer geïnvesteerd in nieuwe landaanwinningsprojecten. Maar in Europa verwacht ik op korte termijn geen groeiende waterbouwactiviteit.”

Met het offshore wind installatieschip ‘Aeolus’ rondt u een investeringsprogramma van 1,3 miljard euro af. Is het daarna een kwestie van achteroverleunen en geld verdienen?

“Zeker niet. 2013 is een spannend jaar voor ons. Diverse schepen zijn recentelijk opgeleverd en werken aan hun eerste klus. Daarnaast zijn we bezig met een heroriëntatie van onze nieuwbouwplannen van 2014 tot 2018. Vlootvernieuwing is geen proces van horten en stoten, maar een continu proces. Voor onze toekomstplannen kijken wij uit het raam. Dan zien we een groeiende offshore industrie en een groeiende offshore windindustrie.”

Kunnen we dus meer offshore schepen verwachten?

“Een extra pijpenlegger en een extra offshore wind installatieschip sluit ik niet uit. Echter, ook al zien we op korte termijn geen groei in onze baggeractiviteiten, er is altijd plaats voor vlootrationalisatie. We zullen afstand doen van bestaande schepen en modernere, efficiëntere en meer duurzame schepen zullen het overnemen.”

'We managen dit bedrijf voor de volgende generatie, niet voor de volgende kwartaalcijfers'

Baggeren is een grofstoffelijke bezigheid, toch zie ik veel aandacht voor duurzaamheid in jullie jaarverslag. Kunt u dat toelichten?

“Voorafgaand aan de oplevering van een nieuw project zul je ecosystemen lokaal tijdelijk verstoren. Daar ontkom je niet aan als je grote hoeveelheden zand opzuigt en er havens mee gaat aanleggen. Wij proberen dat wel tot een minimum te beperken. Onze engineers zijn volop bezig met projecten als Building with Nature. Een voorbeeld daarvan is dat we sinds kort ook koraal kweken om met klanten aan compensatie te werken. Daarnaast kijken wij continu hoe we brandstof kunnen besparen aan boord van onze schepen. Als je kijkt naar wat er feitelijk met de omgeving gebeurt doen we wat mogelijk is om de natuur te sparen."

"Maar duurzaamheid kent ook andere componenten dan alleen de natuur. Op de plaatsen waar wij baggeren leggen we nieuwe havens en infrastructuur aan. Dat genereert sociaal economische groei voor de generatie na ons. Die stijging van welvaart, ook voor onze eigen werknemers, is ook een vorm van duurzaamheid. Deze visie op duurzaamheid past ook heel goed bij het familiebedrijf dat we zijn. Wij managen dit bedrijf voor de volgende generatie, niet voor de volgende kwartaalcijfers.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
CV Pieter van Oord (52)

2008 - heden: CEO Van Oord

2007 - 2008: Lid raad bestuur Van Oord

1994 - 2007: In dienst bij familiebedrijf Van Oord, diverse functies

1992 - 1994: Royal Van Ommeren Group, commercieel manager in Chicago, VS

1989 - 1992: Royal Van Ommeren Group, diverse commerciële posities

Opleiding: Economie, Vrije Universiteit Amsterdam

Partners Maritiem Nederland