Achtergrond
Prinses Amaliawindpark bij IJmuiden. Foto: Flying Focus

Jos Beurskens, onderzoeker Energieonderzoek Centrum Nederland:


‘Het vertrouwen van investeerders wordt onderuitgehaald’

Auteur: Paul Steenhoff | Publicatiedatum:

In september berichtte de NOS over de onder auspiciën van het CPB uitgebrachte maatschappelijke kosten-batenanalyse, dat wind op zee de Nederlandse burgers 5 miljard euro zou kosten, terwijl het nauwelijks bij zou dragen aan een schoner milieu. Jos Beurskens, in Nederland dé specialist als het om windenergie gaat, zet dit bericht in het juiste perspectief en houdt het Nationaal Energieakkoord tegen het licht.

Jos Beurskens werkte meer dan dertig jaar als onderzoeker en unitleider bij Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten. Hij deed onderzoek naar duurzame energie met het accent op windenergie en schreef het boek ‘Converting offshore wind into elektricity’. Hij betreurt het dat offshore wind door het CPB in een negatief daglicht is gesteld. Beurskens: “Het ging om een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van Witteveen+Bos en Dicisio, advies- en ingenieursbureaus, die namens het CPB is uitgevoerd. Grote makke aan dit op zich waardevolle rapport is, dat de conclusies die er uit zijn getrokken, kant noch wal raken. Het rapport richt zich op één sector: offshore wind. Bij een goed afgewogen MKBA neem je echter alle sectoren mee: niet alleen duurzame energie, maar ook energie opgewekt door kolen- en kerncentrales. Alleen zo kun je een gebalanceerd MKBA opstellen voor wat betreft onze toekomstige energievoorziening. Nu is er één sector belicht en dus krijg je een scheef beeld.”

‘Het rendement van een turbine op zee is bijna een factor twee hoger dan dezelfde turbine op land’

Het slechte resultaat voor offshore wind is volgens Beurskens niet te danken aan de windenergie zelf, maar aan de huidige opzet van de Europese emissiehandel, beter gezegd de handel in emissieruimte. “Als je de ruimte die in de emissies van koolstofdioxide ontstaat door het aanleggen van windparken op zee verkoopt aan andere landen, ben je natuurlijk niet goed bezig en ontstaat er ook geen daling in de uitstoot. Dus wat is er nu slecht? Offshore wind of de handel in emissieruimte?”

Onhaalbare doelstellingen

Maar er is meer aan de hand met windenergie en dan voornamelijk offshore wind. Op 6 september 2013 sloten energiebedrijven, vakbonden, kabinet en milieubeweging het Nationaal Energieakkoord waarin onder andere is vastgelegd dat het aandeel offshore wind fors moet toenemen. Op zee staat nu 228 megawatt opgesteld en dat moet verder stijgen met 4.400 megawatt. Maar het Nationaal Energieakkoord staat op springen aangezien een aantal van de belangrijkste doelstellingen, zoals 14 procent duurzame energie in 2020, onhaalbaar lijkt. De voortgang van het energieakkoord wordt bewaakt door een borgingscommissie onder leiding van VVD’er Ed Nijpels. Hij constateerde in juli van dit jaar dat: “[…] op een aantal dossiers extra inspanning nodig is om de doelstellingen van het Energieakkoord te halen”.

Waar het op neer komt is dat minister Kamp moet besparen. In plaats van de afgesproken negen verschillende windparken op de Noordzee, komen er nu drie grote clusters van windparken op de Noordzee. Deze nieuwe indeling moet 3 miljard euro gaan besparen, hebben de ambtenaren van Kamp becijferd. In september 2014 ging de ministerraad akkoord met het voorstel van minister Kamp. Het oude plan waarin negen windparken op evenzoveel locaties zouden komen, komt daarmee te vervallen. Beurskens: “Energiemaatschappijen zoals Eneco en Dong Energy bijvoorbeeld, hebben al eerder veel geld gestoken in de vergunningen en de ontwikkeling van de parken. Nu wordt alles anders en zijn al deze inspanningen voor niets geweest. Ik noem dat op zijn minst onbehoorlijk bestuur en het spreekt voor zich dat energiemaatschappijen niet langer op de muziek vooruit willen lopen. Zou ik ook niet doen. Het vertrouwen van de investeerders wordt zo onderuitgehaald.”

Stopcontacten

Maar het is niet alleen tegenwind voor offshore wind. Met het herschikken van het Nationaal Energieakkoord is TenneT door minister Henk Kamp aangewezen als de netbeheerder voor zee, waarmee het bedrijf de infrastructuur voor de windmolens op zee gaat aanleggen. “Er komt dus een stopcontact op zee waar de windmolens op kunnen inpluggen. Het feit dat de energiemaatschappijen dit niet zelf hoeven aan te leggen, scheelt hen niet alleen veel geld, het zorgt er ook voor dat we niet tal van verschillende stopcontacten krijgen maar er uniformiteit komt wat de leveringszekerheid weer ten goede komt”, zegt Beurskens.


Op de Noordzee is genoeg ruimte voor windturbines. Het Nederlandse deel van de Noordzee dat gebruikt kan worden voor windturbines is zo’n 31.000 km2. Dat is genoeg voor 8.000 windturbines. Eén windturbine van de huidige generatie levert bij hogere windsnelheden maximaal 3 megawatt en kan zo ruim 2.600 huishoudens van elektriciteit voorzien. Eén windturbine van 3 megawatt voorkomt de uitstoot van bijna 4.000 ton koolstofdioxide. Dit is te vergelijken met de koolstofdioxide-uitstoot van 1.000 personenauto’s die ieder 25.000 kilometers per jaar rijden. “Het rendement van een turbine op zee is sowieso bijna een factor twee hoger dan dezelfde turbine op land”, betoogt Beurskens. “Daar staat wel tegenover dat de installatie en onderhoudskosten hoger uitvallen omdat de turbines op zee staan. Maar ver op zee heb je geen geluidshinder of visuele hinder, en ook dat moet je meetellen.”

Op dit moment heeft Kamp één gebied voor de kust aangewezen als nieuwe locatie, ter hoogte van Zeeland. Over andere plekken in zee zijn het ministerie en de energiebedrijven nog met elkaar in gesprek.

Infographic met locaties en afstand tot de kust van nieuwe offshore windparken. Er komen drie grote clusters met in totaal vijf windparken op de Noordzee in plaats van negen verschillende parken.

Onderwerpen
Deel deze pagina
Offshore wind als banenmotor

Onlangs meldde het Topconsortium Kennis en Innovatie Wind op Zee (TKI-WoZ) dat offshore wind voor ongeveer 2.150 banen bij Nederlandse bedrijven zal zorgen. “Het gaat hier om directe werkgelegenheid in vooral productie, bouw en beleid en onderzoek van offshore windenergieprojecten. Het economische belang van deze sector wordt in het algemeen onderschat. Het is echter een van de weinige sectoren die momenteel duidelijk groeit”, meldt de organisatie in een persbericht.

TKI-WoZ zegt dat het afgelopen jaar de werkgelegenheid gegroeid is met 12 procent en de omzet met 15 procent. “En dit is nog maar het begin”, zegt TKI-WoZ. Het consortium verwacht namelijk dat de werkgelegenheid in offshore wind zal gaan groeien naar 10.000 banen in 2020.

Partners Maritiem Nederland