Achtergrond

Edwin Lokkerbol, directeur Vereniging van Waterbouwers:


'Het contact moet weer centraal staan'

Branche: Baggeren | Auteur: Jan Spoelstra | Publicatiedatum:

De ontwikkeling dat inkoopmanagers en juristen werk aanbesteden vanuit de waterschappen of Rijkswaterstaat moet omkeren. Niet het contract en de cijfers, maar het contact en de kwaliteit moeten centraal staan.

Hoe voer je 60.000 kubieke meter klei en zand af wanneer je in het centrum van een grote stad een 24 meter diepe bouwkuip wilt afgraven? Voor die vraag stond het bedrijf Verboon Maasland toen men zich in Leiden afvroeg hoe men het zand voor de diepste parkeergarage van Nederland moest afvoeren. “De oplossing kwam verrassend genoeg uit de hoek van de Nederlandse waterbouwers”, vertelt Edwin Lokkerbol, directeur van de Vereniging van Waterbouwers. Via waterjets werden de klei en het zand vermengd met water, en via baggerpompen en een 4,5 kilometer lange persleiding verpompte de aannemer de klei en het zand naar een depot buiten de stad. Dat scheelde een kleine 3.000 vrachtwagenritjes op en neer die het centrum van Leiden bespaart bleven.

Breder plaatje

Duurzaamheid is volgens Lokkerbol meer dan het reduceren van uitstoot en het besparen van brandstof. In het geval van die parkeergarage kost het afgraven met waterjets en baggerpompen wellicht meer energie dan via conventionele grondverzetmachines, maar als je het plaatje breder trekt, en het vervoer van het zand de stad uit via beproefde baggertechnologie meetelt, scheelt het enorm in leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad.

‘Geen enkel land in Europa heeft zo veel verschillende typen werkboten als Nederland’

En zo zijn er volgens Lokkerbol meer voorbeelden. “Wanneer je op een Waddeneiland grote hoeveelheden steen nodig hebt voor de versterking van een dijk, kun je soms beter een tijdelijke haven aanleggen in plaats van honderden vrachtwagens via de reguliere veerdienst de eilanden op te sturen.” Het recyclen van materialen, de totale impact op de omgeving - en ook een stukje brandstofbesparing en uitstootreductie - moeten volgens Lokkerbol alle meegewogen worden wanneer een overheidsdienst een groot waterbouwproject aanbesteedt.

“Een goede aannemer implementeert brandstofreductie en duurzaamheid in zijn bedrijfsvoering, en geeft trainingen aan zijn personeel om kranen en baggermaterieel zo efficiënt mogelijk in te zetten”, vervolgt Lokkerbol. “Daarmee halen veel van onze leden trede 3 op de CO2 prestatieladder. Maar als klanten hogere treden op deze prestatieladder gaan eisen, wordt het onwerkbaar. Dan moet je als waterbouwer ook duurzaam inkopen, en je kunt niet van kleine waterbouwers verwachten dat ze de hoogovens van Tata Steel of ArcelorMittal aanspreken op hun duurzaamheidsagenda wanneer ze stalen sluisdeuren inkopen.”

Hoe staat het met het dossier certificering drijvende werktuigen?

“Alles wat vaart, moet gecertificeerd zijn. Naar aanleiding van EU wet- en regelgeving is het ministerie van Infrastructuur en Milieu bezig met het maken van wetgeving. Nu is het zo dat drijvende werktuigen in de ogen van de Europese Commissie binnenvaartschepen zijn. Schepen langer dan 20 meter. Maar er zijn ook kleinere maaibootjes en kleine baggervaartuigjes die sloten uitbaggeren. Op die vaartuigjes is het ondoenlijk om regelgeving betreffende een reling of accommodatie in te voeren. Ook is het onredelijk om die kleine boten te beoordelen op brandstofverbruik per ton-kilometer ten opzichte van een binnenvaartschip.”

Slaat de Europese Commissie hier dan niet enorm de plank mis?

“Nee. Nederland is in dit geval echt een uitzondering. Geen enkel land in Europa heeft zo veel verschillende typen werkboten als Nederland. Veel onderhoud aan kades, klein baggerwerk of het maaien van oevers gebeurt bij ons vanaf het water, waar andere landen dat vanaf de wal doen. Daarom zijn we bij het uitwerken van de regelgeving stevig in overleg met het ministerie van IenM. Wij zijn overigens niet tegen deze regelgeving, het maakt onze sector veiliger en daar zijn we blij mee. Wel moet regelgeving passen bij onze bijzondere waterbouwsector.” 

Bij baggerbedrijven denken mensen vaak aan de twee grote van origine baggeraars, Boskalis en Van Oord. Daarnaast is er een klein dozijn middelgrote bedrijven en een groot aantal kleine aannemers die sloten uitbaggeren en oevers maaien. Dat beeld is volgens Lokkerbol niet helemaal juist. De Vereniging van Waterbouwers behartigt de belangen voor de Nederlandse waterbouwomzet van alle leden. Met de wereldwijde omzet en offshore activiteiten van Boskalis en Van Oord heeft Lokkerbol niet veel van doen vanuit zijn kantoor in het VNO NCW-gebouw in Den Haag. Zo bekeken hebben die middelgrote waterbouwers binnen de vereniging een vergelijkbare positie als de grote bedrijven.

“Bovendien zijn Jan De Nul en DEME ook lid. Tuurlijk zijn onze leden ook concurrenten, maar er zijn mijns inziens meer gezamenlijke belangen dan individuele”, aldus Lokkerbol. De waterbouwers staan enerzijds in een maritiem/nautisch speelveld, met bijzondere schepen, wat ertoe leidt dat regelgeving nauwlettend getoetst moet worden of ze wel praktisch in te voeren is voor baggeraars. Daarin trekt de vereniging op met BLN-Schuttevaer en de KVNR (redersvereniging). Aan de andere kant staat de vereniging in een aannemerspraktijk. Lokkerbol: “Wij proberen die twee praktijken zo goed mogelijk met elkaar te verbinden. 

Hoe voorkom je dat Rijkswaterstaat en de waterschappen uitsluitend sturen op prijs?

“Het is de taak van de overheid om voor de burgers van dit land op zoek te gaan naar de beste oplossing voor de laagste kosten. Die laagste kosten lijken echter te vaak centraal te staan, er wordt minder gekeken naar de beste oplossing. De overheid moet op zoek gaan naar de beste kwaliteit voor de meest aanvaardbare prijs. Waterbouwers moeten op kwaliteit aan kunnen besteden, niet alleen op prijs.” 

Is er voldoende kennis bij de overheid om dat te doen, om een race to the bottom te vermijden?

“Er moet meer kennis komen bij partijen die grote waterbouwprojecten aanbesteden in dit land. Die trend zie je ook gebeuren. Onze leden praten steeds vaker inhoudelijk met opdrachtgevers over dijkversterking en zandsuppleties. Te vaak was de rol van inkoopmanagers en juristen leidend wanneer er gepraat werd over waterveiligheid en duurzaam aanbesteden. Die trend lijkt gelukkig omgekeerd. Niet het contract, maar het contact moet weer centraal staan.” 

Er lijkt een dip aan te komen in de overheidsbudgetten voor grote waterbouwprojecten. Hoe zit dat?

“Er zijn recent grote projecten afgerond betreffende zandsuppleties langs de Nederlandse kust en binnen het programma Ruimte voor de Rivieren. Vanuit het Deltafonds is jaarlijks ongeveer 300 miljoen euro minder budget voor waterbouwprojecten in 2017 en 2018. Daarna lijkt het weer aan te trekken, waarna na 2022 weer een dip valt te verwachten. Dat is niet wenselijk, de sector is gebaat bij een stabiele stroom van werk. Te veel projecten leiden tot hoge kosten voor uiteindelijk de belastingbetaler, enorme dips in werk leiden tot ontslagrondes, reorganisaties en kennisverlies. Daarom praten we nu met het hoogwaterbeschermingsprogramma om eenvoudige projecten naar voren te halen. Voor de verandering hoor je van deze branchevereniging niet het geluid dat we meer geld willen, we willen budgetten beter uitsmeren over de jaren.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
CV Edwin Lokkerbol (49)

2014 - heden: Directeur Nederlandse Vereniging van Waterbouwers
2013 - 2014: Programmamanager ANWB
2007 - 2013: Projectmanager en adviseur div. brancheorganisaties
2005 - 2007: Manager Beleid & Communicatie KNVB

Opleiding
Bedrijfskunde (MSc) Radboud Universiteit Nijmegen

Partners Maritiem Nederland