Achtergrond

Eerste eilanden Marker Wadden gereed


Natuur neemt het over van Boskalis

Branche: Baggeren | Auteur: John Ekkelboom | Publicatiedatum:

Op 8 september werd een van de vijf eilanden van de Marker Wadden officieel opengesteld voor het publiek. Hier kunnen niet alleen vogels maar ook mensen genieten van deze nieuwe natuur die baggerbedrijf Boskalis de afgelopen jaren heeft aangelegd. De zogenoemde windwadden zijn een Hollands hoogstandje waarbij nieuwe technieken en experimenten niet werden geschuwd.

Vanaf de Bataviahaven in Lelystad vertrekken we met de crewboat Sirocco van Boskalis richting de Marker Wadden. Kapitein Frans vertelt dat hij de afgelopen twee-en-half jaar zo’n vijfduizend keer heen en weer is gevaren om werknemers weg te brengen en op te halen naar het eilanden-project in het Markermeer. Immers 24 uur per dag en zeven dagen per week moest het baggermaterieel draaien. Om het resultaat daarvan te zien, varen we ongeveer 9 kilometer richting het noordwesten.

Aangekomen in de nieuwe haven, komt al meteen het waddengevoel naar boven. Rondom zijn overal duinen, stranden, riet, lisdodde en water te zien. Vogels laten het vrijwel afweten, terwijl dit toch een walhalla zou moeten worden voor deze dieren.

Op de vraag waar die dan zijn, moet Jeroen van der Klooster lachen. Hij is projectmanager bij Boskalis, het baggerbedrijf uit Papendrecht dat de Marker Wadden heeft aangelegd. “Als je enkele maanden geleden hier kwam, wemelde het van de vogels. Zo’n 2.000 broedparen zijn er toen geteld. Maar inmiddels zijn de meeste vogels naar andere oorden vertrokken. Volgend jaar komen ze terug om hier te broeden.”

Natuurlijke balans herstellen

De Marker Wadden is een plan van Natuurmonumenten dat samen met Rijkswaterstaat werd uitgewerkt. Het idee was vlakbij de 26 kilometer lange Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen een groep eilanden in het Markermeer aan te leggen waar de natuur zich kan ontwikkelen. De afsluiting van dit meer in 1976, oorspronkelijk bedoeld om dat deel van het IJsselmeer in te polderen, heeft uiteindelijk geleid tot verstoring van de natuurlijke balans.

Door dammen en dijken zijn natuurlijke oevers, ondiepten en bodemleven verdwenen en daarmee ook vissen en trekvogels. Met de nieuwe eilanden moet die natuur zich kunnen herstellen. Tot nu toe zijn er vijf eilanden gerealiseerd, met een totale oppervlakte van 800 ha. Daarvan is het hoofdeiland in september officieel opengesteld voor kleinschalige recreatie. De andere eilanden zijn niet toegankelijk voor toeristen en uitsluitend bedoeld voor natuurontwikkeling.

Op het hoofdeiland laat Van der Klooster zien wat er sinds de start van het project in maart 2016 zoal is gebeurd. Zo hebben de kraanschepen de Kreeft, de Schorpioen en de Zeekoe een stenen rand aangelegd aan de meest stormgevoelige zijde van het eiland. Ook zijn er twee havendammen van steen opgetrokken. Daarna werden de contouren van de eilanden met zanddammen geconstrueerd. Dit gebeurde met een sproeiponton met een sproeikop van zeven meter breed. Op waterniveau aangekomen, namen kraanschepen het over van het sproeiponton om deze dammen verder op te hogen tot 1,5 meter daarboven.

Vervolgens konden de zo gecreëerde compartimenten worden gevuld met zand en slib, vertelt de projectmanager van Boskalis. “Het Markermeer is gemiddeld vier meter diep. De bovenste bodemlaag van acht meter bestaat uit slib dat in het Holoceen is ontstaan. Daaronder zit een laag zand tot dertig meter diepte uit het Pleistoceen. Via enkele winputten hebben we dat materiaal met onze Edax, een 85 meter lange snijkopzuiger met een vermogen van 9500 kilowatt, gewonnen. Deze cutterzuiger hebben we eerder onder meer gebruikt bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte en de uitbreiding van het Suezkanaal in Egypte.”

Gansbegaanbaar

Al dat zand en slib werd vanaf de Edax via drijvende leidingen, zinkerleidingen op de meerbodem en uiteindelijk landleidingen getransporteerd naar de compartimenten. De exacte locatie werd via gps bepaald. Van der Klooster vertelt dat er in totaal ongeveer 28,5 miljoen kuub is verwerkt.

Op zijn mobieltje rekent hij uit hoeveel vrachtwagens nodig zouden zijn geweest om een dergelijke hoeveelheid te vervoeren. Hij komt uit op 1,1 miljoen. “Bijzonder was natuurlijk dat we ook slib hebben gebruikt om die compartimenten te vullen. Dat is nooit eerder gedaan. Verder moesten de eilanden gansbegaanbaar worden: plas-dras zodat water- en moerasvogels zich daar optimaal thuis voelen. Dit betekende dat we tijdens het vullen de hoogten van de eilanden goed in de gaten moesten houden. Gezien het drassige terrein kon dat natuurlijk niet vanuit het veld. Daarom hebben we een drone aangeschaft die binnen een week alles in kaart kon brengen. Dat monitoren deden we ieder kwartaal.”

De drassige grond leverde nog een ander probleem op. “Het gebied moest namelijk ook worden ingezaaid met een zaadmengsel van lisdodde en riet. Vanuit een vliegtuig zou dat te ongecontroleerd gebeuren. We hebben daarom een hovercraft ingezet, waarvan de propellerwind het zaad verspreidde.”

Na het bouwen van de eilanden, het opspuiten van een 2,5 kilometer lang strand en het aanbrengen van zandhopen die zich spontaan moeten ontwikkelen tot duinen, zit de grootste klus voor Boskalis er voorlopig op. De projectmanager kijkt terug op een bijzondere periode. “Normaal zijn we gewend om op de centimeter nauwkeurig te werken, maar hier moet vooral de natuur het werk doen. Dat was toch een andere mindset voor ons.”

‘Normaal zijn we gewend om op de centimeter nauwkeurig te werken, hier moet vooral de natuur het werk doen’

Op 8 september werden de eilanden officieel overgedragen aan Natuurmonumenten, de eigenaar die nu het beheer ervan op zich neemt. Uiteraard hoopt Boskalis ook de overige eilanden van de toekomstige archipel die Natuurmonumenten voor ogen heeft, te mogen aanleggen. Nu gaat het vooral om afrondende werkzaamheden.

“Maar er loopt ook nog een bijzonder experiment”, merkt Van der Klooster op. “Er dwarrelt heel veel slib in het Markermeer. In tegenstelling tot het aanpalende IJsselmeer is het extreem troebel door het slib, wat goed is te zien op luchtfoto’s. Eind vorig jaar hebben we vlakbij de eilanden in de bodem van het meer met de Edax een geul van 1500 meter lang, 20 meter diep en circa 60 meter breed gegraven. De bedoeling is dat deze door wind en stroming wordt gevuld met slib, waarmee we vervolgens aparte compartimenten op het eiland gaan vullen. We willen kijken of we dat papperig goedje kunnen laten indikken, om het ooit te gebruiken voor de opbouw van toekomstige eilanden. Ook dat zou uniek zijn.”

Projectleider Jeroen van der Klooster van Boskalis (foto: John Ekkelboom)

Onderwerpen
Deel deze pagina
Natuur in haar meest naakte vorm

De bedenkers van de Marker Wadden zijn Roel Posthoorn en André Rijsdorp, respectievelijk projectdirecteur en adjunct-projectdirecteur bij Natuurmonumenten. Het idee ontstond zo’n zeven jaar geleden, op het moment dat Nederland nog volop in de economische crisis verkeerde. Natuurmonumenten had 15 miljoen euro van de Nationale Postcodeloterij ontvangen. Rijsdorp: “We hebben toen de overheid gevraagd om binnen een jaar 30 miljoen euro bij te leggen, wat uiteindelijk is gebeurd. Ook wij en de provincie Flevoland hebben nog geld voor dit project uitgetrokken, zodat we ermee aan de slag konden.”

De Marker Wadden fase 1 bestaat uit vijf eilanden, waarvan er één toegankelijk is voor het publiek. Op dat hoofdeiland van 2,5 bij 1 kilometer staan een twaalf meter hoge uitkijktoren en enkele vogelkijkhutten, is een recreatiestrand en liggen twee wandelroutes van 6 en 2,5 kilometer. Er zal ook een gebouw komen met horeca, ontvangstruimten, toiletten en kamers voor onderzoekers. Op dit moment kunnen recreanten alleen nog met eigen boten dit eiland aandoen. Binnen enkele jaren zal er een vaste veerverbinding komen. De verwachting is dat er jaarlijks zo’n 50.000 toeristen het eiland zullen bezoeken.

Hoewel de vijf eilanden nog heel jong zijn, roepen ze volgens Rijsdorp nu al een oergevoel op. “De natuur die daar in haar meest naakte vorm ligt, raakt je in je hart.” Dat de Marker Wadden niet alleen voor mensen een enorme aanwinst zijn, blijkt uit de komst van de vele vogels. Zo hebben kokmeeuw, zwarte stern, kemphaan, oeverzwaluw, kluut en visdiefje deze nieuwe natuur inmiddels gevonden, mede dankzij de vele visjes in het ondiepe water en de garnaaltjes in de bodem. Rijsdorp: “Nu zijn het pionierssoorten maar in de toekomst zullen dat vooral moerasvogels zijn. Ik verwacht dat hier dan de grootste lepelaarkolonie van Nederland zal broeden. Maar ook de roerdomp en de kiekendief zullen de Marker Wadden omarmen. Verder hopen we dat ons complete plan ooit zal worden uitgevoerd, waardoor er een archipel ontstaat tussen Enkhuizen en Lelystad die drie tot vier keer zo groot wordt als het huidige gebied. Dan zijn we als Nederland een geweldig stuk natuur rijker.”

 

Partners Maritiem Nederland