Achtergrond
Bij de bouw van de ‘Vulcan’ is gebruikgemaakt van composiet materialen en met hars geïmpregneerde sandwich technieken.

Frank Mulder, oprichter jachtontwerpbureau Mulder Design:


‘Een samenspel tussen techniek en luxe’

Branche: Jachtbouw & Watersport | Auteur: Jan Spoelstra | Publicatiedatum:

Jachtontwerpbureau Mulder Design heeft naam gemaakt in de wereld van luxe en snelle jachten. Maar dat is niet genoeg om de schoorsteen van het familiebedrijf te laten roken. Langzamere maar leuk ontworpen boten blijven populair onder de rijken der aarde.

“In 1986 kreeg ik kort na de lunch een belletje van de Amerikaan John Staluppi: of ik het snelste jacht ter wereld zou kunnen ontwerpen”, begint Frank Mulder, oprichter van jachtontwerpbureau Mulder Design. De volgende dag stond de man bij Mulder op de stoep, schoven ze wat schetsjes heen en weer en krabbelden ze een serie berekeningen ernaast. “Dat moet lukken”, zo luidde Mulders antwoord.

‘Onze jongens moeten de techniek goed in de vingers hebben, maar ook een goed gevoel hebben bij wat een logische indeling is voor een jacht. Het moet wel een beetje leuk worden’

Het ging in de jaren tachtig om het 44 meter lange superjacht ‘Octopussy’, die Heesen Yachts uit Oss in 1988 opleverde. “Dat schip ging met drie grote dieselmotoren, elk gekoppeld aan een waterjet, richting de 100 km/h. Dat was echt krankzinnig. Je moet je realiseren dat een spectaculair ogende speedboot met waterskiër vaak niet harder gaat dan 55 km/h en dat we destijds drie keer zo snel het water over stoven dan de andere grote jachten van die tijd.”

Met de Octopussy vestigde Mulder meteen een reputatie op het gebied van snelle jachten. Via een stuk of vijftien hele snelle luxe boten die Mulder ontwierp mondde dat uiteindelijk uit in de ‘World is Not Enough’, een 42 meter lang luxe jacht dat op rustig water de 67 knopen (124 km/h) aan kan tikken.

Harmonie

“Van alleen die snelle boten kan de schoorsteen van ons familiebedrijf niet roken”, zegt Frank Mulder terwijl Kim Struik, partner van zoon Bas Mulder die nu eigenaar van het familiebedrijf is, een fotoboek van de ‘2 Ladies’ over de tafel schuift. Het betreft een boek van een waterverplaatsend motorjacht (46 meter) dat 15,5 knopen vaart. Struik is verantwoordelijk voor de pr en vult aan: “Dit schip hebben we ontworpen voor twee zakenpartners. Het schip bestaat uit twee gelijkwaardige dekken voor de twee eigenaren en is vernoemd naar hun twee vrouwen. Het schip is heel mooi gelukt, het straalt harmonie uit.”

Opvallend in de 2 Ladies is de glazen liftkoker.Heeft dit bedrijf nu meer bèta technici nodig om het zeegangsgedrag uit te rekenen en de engineering te doen? Of werken hier juist wat softere ontwerpers die ook oog hebben voor sfeer en harmonie? Frank Mulder: “Onze naval architects komen eerst met een rompvorm, daarna werken we aan de styling en tegelijkertijd denken we dan weer na over de indeling van alle ruimtes en technische systemen aan boord. De interieurontwerper gaat dan aan de slag met de inrichting, bekleding en kleuren. Het is een samenspel. Onze jongens moeten de techniek goed in de vingers hebben, maar ook een goed gevoel hebben bij wat een logische indeling is voor een jacht. Het moet wel een beetje leuk worden.”

Het stalen jacht is gebouwd op de Italiaanse Rossi Navi werf. Opvallend, maar ongebruikelijk in jachten met een brutotonnage onder de 500 ton, is een glazen liftkoker in het midden van het schip. Mulder moet goed nadenken over voor wie hij zijn schepen bouwt. “Het zijn altijd succesvolle mensen die een mooi bedrijf hebben opgebouwd. Daar hoort een zekere leeftijd bij, vaak boven de vijftig. En als die mensen hun ouders mee aan boord willen nemen, willen die niet over vier dekken traplopen.”

Twee uitersten

Veel klanten van Mulder doorlopen een carrière van het eigendom van een jacht, beginnend met een boot van tien meter en eindigend bij een schip van 25 meter. Daarna zie je volgens Mulder eigenlijk twee uitersten. Een stalen jacht van circa 50 meter met ongeveer 2x1000 kW vermogen aan boord dat 15 knopen vaart, vergelijkbaar met een traditioneel verplaatsingsschip. Of een evenzo groot schip van composiet met drie keer zo veel vermogen aan boord dat zo’n 30 knopen vaart. Die laatste variant is duurder en de verhoogde prestaties gaan ten koste van de ruimte en het comfort aan boord. Mulder: “Wij willen nu een boot bouwen die daar precies tussenin zit. Zonder naar exotische materialen of dure motoren over te stappen. We willen toch zo’n 30 procent sneller kunnen varen dan een traditioneel verplaatsingsschip, zonder in te hoeven leveren op comfort en luxe.”

“Als je met een langzaam waterverplaatsend jacht van Corsica naar het Italiaanse vasteland vaart, duurt dat ongeveer zes uur. Maar zo spannend is die zee oversteken nou ook weer niet. Het mag ook in vier uur.” Mulder wil nog niet veel kwijt over hoe hij dat gaat doen, maar de techniek die ingebouwd is in deze nieuw ontworpen high speed cruising hull komt uit dieselelektrische voortstuwingsinstallaties van offshore (accommodatie) schepen.

In de afgelopen jaren voeren jachttransportschepen regelmatig op en neer van de Middellandse Zee naar Florida en het Caribisch gebied, om de jachten van eigenaren achter hen aan te brengen. Erg duur, en volgens Mulder zie je dat jachteigenaren vaker hun bemanning met de boot op eigen kiel de oceaan over sturen. Dat gaat op lage snelheid, op 20 procent van het motorvermogen. Als je de grote hoofdmotoren op laag vermogen laat draaien, levert dat een heel hoog specifiek brandstofverbruik op. Mulder werkt nu aan verschillende projecten in dit segment met een sterke hoofdmotor en een aantal generatorsets, waarmee de jachteigenaar met alle motoren ingeschakeld snel zijn tochtjes en oversteken kan maken en waarmee de bemanning zuinig dieselelektrisch de oceaan over kan steken door de hoofdmotor uit te schakelen en alleen op de generatorsets te varen. “En het wordt nog iets mooier dan dat, maar dat houden we nog even voor ons.”

Waterjets

In het kantoor prijkt een foto van de World is Not Enough, in het tijdschriftenrek staat dezelfde boot op de cover van een uitgave van de Waterkampioen die vorig jaar een artikel over extreme boten publiceerde. Twee 5.500 pk dieselmotoren drijven elk een buitenste waterjet aan. Op de buitenste jets zitten buckets die de waterstraal af kunnen laten buigen, waarmee het jacht stuurt. De middelste waterjet levert alleen stuwkracht en deze wordt aangedreven door twee 4.500 pk sterke turbinemotoren, van het soort waar de dubbel rotorige Chinook transporthelikopters er twee van hebben. Stilliggend ligt het jacht slechts 1,7 meter diep, doordat bij de bouw zwaar is ingezet op het gebruik van lichte materialen. Als het jacht op snelheid komt, planeert, steekt het nog maar 70 centimeter diep. Het blijft tot de verbeelding spreken.

Wat als iemand de portemonnee weet te trekken en zegt dat hij een luxe jacht wil dat 80 knopen haalt? Volgens Mulder moeten er dan echt wat andere technologieën uit de wereld van powerboats uit de kast worden getrokken. De limiet van waterjets is met 70 knopen wel bereikt. Er zitten limieten aan het drukverloop in de jets, waardoor deze niet heel veel meer stuwkracht kunnen leveren. Mulder stelt voor om in het theoretische geval dat iemand nog eens zo’n snel en duur jacht bestelt - “Ik denk dat er de komende jaren geen hele snelle jachten meer gebouwd gaan worden” - hij over moet schakelen op supercaviterende schroeven of surface piercing propellers moet gebruiken. “Maar daarmee kun je niet goed langzaam varen, omdat de schroeven stationair al veel te hard draaien. Dus dan zou je ook weer op een hybride voortstuwing komen.”

De superjachtindustrie is een wereld van rijkdom, luxe en grote welvaart. Toch staan er geen megalomane auto’s voor de deur bij het kantoor in Amstelveen en zien we de oprichter en een aantal naval architects en engineers hun patatje met kroket tijdens de lunch verorberen. Mulder: “Dat doen we iedere donderdag.”

Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland