Achtergrond

KTZ TD b.d. Marcel Hendriks ziet kansen voor Koninklijke Marine


Duurzame marineschepen zijn haalbaar

Branche: Marine | Auteur: Bart Stam | Publicatiedatum:

Het is een thema dat Kapitein-ter-zee van de Technische Dienst b.d. Marcel Hendriks al zo’n tien jaar fascineert: marineschepen die geen of nauwelijks fossiele brandstoffen meer gebruiken. “Er zijn voldoende technische en operationele mogelijkheden”, meent hij. “Duurzame marineschepen zijn niet alleen goed voor het klimaat maar vergroten ook onze veiligheid.”

Na een veelzijdige carrière van 37 jaar verliet KTZ b.d. Marcel Hendriks in 2011 de Koninklijke Marine. Hij besloot in zijn woonplaats Schagen een eigen adviesbureau op te richten, genaamd ‘Energie voor Inzet’. Hendriks richt zich op een thema dat reeds bij de Koninklijke Marine zijn grote interesse had: marineschepen die niet – of nauwelijks – afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen.

U pleit voor marineschepen die minder afhankelijk zijn van olie en gas. Gaat dat wel samen met de militaire taken?

Hendriks: “Marineschepen zijn natuurlijk op de eerste plaats bedoeld om gevechtshandelingen en ook humanitaire missies uit te voeren. Toch denk ik dat deze taken in de toekomst goed kunnen samengaan met duurzaam en emissieloos varen. Ook de Koninklijke Marine moet haar bijdrage leveren aan de Klimaatakkoorden.”

“In februari 2016 heeft Defensie de zogeheten Operationele Energie Strategie gepresenteerd. Daarin staat dat alle krijgsmachtonderdelen – marine, lucht- en landmacht – in 2030 hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen met twintig procent moeten hebben teruggebracht ten opzichte van 2010. In 2050 moet het zelfs gaan om een reductie van zeventig procent. Dat zijn ambitieuze plannen, zeker de doelstelling voor 2050.”

“Er is nog een belangrijke reden om minder afhankelijk te worden van olie en gas. Deze fossiele brandstoffen komen nu voor een belangrijk deel uit Rusland en het Midden-Oosten en dat zijn niet onze natuurlijke bondgenoten. Als we minder afhankelijk zijn van die landen, vergroot dit onze veiligheid.”

Als we ons voor het gemak beperken tot de Koninklijke Marine, hoe kunnen marineschepen in de toekomst duurzamer worden?

“Dat kan volgens mij op vier belangrijke thema’s. Op de eerste plaats met de introductie van nieuwe technologie aan boord van marineschepen. Ook de Energy Efficiency Design Index van de IMO is gebaseerd op deze gedachte. Maar ook de overstap van fossiele brandstoffen op biobrandstoffen zal voor milieuwinst gaan zorgen. De derde en vierde stap zijn de juiste dimensionering van de schepen en een lagere vaarsnelheid.”

“Ik denk dat we met deze vier punten de doelstellingen van de Operationele Energie Strategie kunnen halen. Hiervan verwacht ik meer dan van autonoom of onbemand varen. De inzet van marineschepen is volgens mij te complex om ze op afstand te kunnen besturen.”

‘Blij met de opmerking van viceadmiraal Kramer dat de Marine launching customer wil worden bij ontwikkeling emissieloze ondersteuningsschepen’

“Laten we overigens niet vergeten dat het energie- en brandstofverbruik van marineschepen de laatste veertig à vijftig jaar al spectaculair is gedaald. Toen ik in 1977 als jong officier ging varen op de Van Speijk-klasse, gebruikten deze fregatten nog stoomvoortstuwing. Per vaardag joegen we er soms wel zeventig ton brandstof doorheen. Door de komst van gasturbines en dieselmotoren en vervolgens dieselelektrische voortstuwing is het energiegebruik al flink gedaald maar het is nog niet voldoende. Ik denk dat de nieuwe generaties marineschepen nog veel energiezuiniger kunnen. Ik ben daarom heel blij met de opmerking van viceadmiraal Rob Kramer dat de Koninklijke Marine launching customer wil worden bij de ontwikkeling van emissieloze ondersteuningsschepen. Dat is een geweldige stimulans!”

Welke nieuwe technologie is volgens u kansrijk bij marineschepen?

“Ik denk dat het goed is om te kijken naar een sector als de binnenvaart die al de nodige stappen heeft gezet. Denk aan proeven met bijvoorbeeld elektrisch varen, waterstof en brandstofcellen, biobrandstoffen en LNG. Juist door met andere partijen samen te werken, kan de Koninklijke Marine hiervan profiteren. We hebben in Nederland een geweldig maritiem cluster van maakindustrie, onderzoeksinstituten en rederijen. Overigens zie ik LNG als een transitiebrandstof en niet als een duurzame brandstof. LNG stoot weliswaar veel minder NOx, CO2 en fijnstof uit dan diesel maar het blijft een fossiele brandstof.”

“Grote winst is volgens mij te behalen bij de overschakeling van olie en gas naar biobrandstoffen. Een bedrijf dat al levert aan de maritieme sector is GoodFuels in Amsterdam. In 2018 hebben marineschepen een jaar proefgevaren met een mengsel van zeventig procent diesel en dertig procent van de biobrandstof HVO (Hydrotreated Vegetable Oil). Het ging om het hydrografisch opnemingsvaartuig Zr. Ms. Snellius en mijnenjagers van de Alkmaar-klasse.”

“Voorts denk ik dat we de nodige milieuwinst kunnen halen door de nieuwe marineschepen niet te groot en te zwaar te bouwen en de maximumsnelheid zoveel mogelijk omlaag te brengen. Zonder dat dit uiteraard ten koste gaat van de operationele taken.”

Kunt u dat toelichten?

“Voor Defensie geldt dat doorgaans elke nieuwe generatie wapensystemen sneller, groter en zwaarder is dan zijn voorgangers. Dat vraagt om meer (fossiele) brandstof en dat is op den duur een doodlopende weg.”

“Het is de vraag of sneller, groter en zwaarder altijd nodig zijn. Vroeger hadden fregatten een maximumsnelheid van ruim dertig knopen maar bij de huidige LCF’s is dat nog maar 28 à 29 knopen. De Britse marine heeft zelfs plannen voor nieuwe fregatten die niet harder varen dan 25 à 26 knopen. Vroeger waren snelheid en wendbaarheid van combat ships van groot belang, zeker in artillerieduels. Maar met de huidige geleidewapens, die een enorme precisie en reikwijdte hebben, is snelheid van het moederplatform minder belangrijk geworden. Voor pure snelheid zorgen tegenwoordig go-fasts en helikopters die vanaf de schepen worden ingezet.”

“De Koninklijke Marine heeft vanwege de kosten haar fregatten in de Caribische Zee vervangen door patrouilleschepen. Deze OPV’s varen maximaal 21 knopen. Dat heeft een enorme brandstofbesparing opgeleverd zonder dat dit ten koste ging van de operationele taken. Dat is een verstandige beslissing geweest.”

“Naast de voortstuwing en het motorvermogen, valt er ook nog veel energiewinst te behalen in de load van een marineschip, zoals de airconditioning en verlichting voor de bemanning. Nieuwe marineschepen krijgen voortaan standaard LED-verlichting.”

Hoe bent u betrokken geraakt bij het thema emissieloze marineschepen?

"Dat is gekomen toen ik in 2005 werd geplaatst bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Ik was toen verantwoordelijk voor de platformtechniek aan boord van de marineschepen. Het viel mij op dat destijds niemand zich druk maakte over emissies en brandstofverbruik van marineschepen. Samen met gelijkgestemden bij de andere krijgsmachtonderdelen heb ik daarom in 2007 het Kennisnetwerk Energie opgezet. Doel van dit netwerk is om te kijken hoe we de totale defensieorganisatie duurzamer en energiezuiniger kunnen maken. Tot mijn afscheid in 2011 bij de Koninklijke Marine ben ik voorzitter geweest, momenteel ben ik nog lid.”

“Defensie is goed voor ongeveer een half procent van het totale energiegebruik in Nederland maar is veruit de grootste gebruiker bij de overheid. Daarvan heeft de luchtmacht een aandeel van ongeveer vijftig procent, de Koninklijke Marine zo’n dertig procent en de landmacht de overige twintig procent. Daarbij geldt dat ongeveer veertig procent van het energiegebruik opgaat aan de bedrijfsvoering en de overige zestig procent voor operationele taken. Ofwel varen, vliegen en rijden.”

“Ik denk dat we kritisch moeten blijven kijken hoe we zowel in de bedrijfsvoering als in de operationele taken duurzamer en energiezuiniger kunnen werken. De Operationele Energie Strategie is daarbij een waardevol hulpmiddel. Het plan van aanpak laat helaas lang op zich wachten maar wordt in 2019 verwacht.”

www.energievoorinzet.nl

Zr. Ms. Snellius heeft een jaar proefgevaren op een mengsel van diesel en biobrandstof (foto: Defensie)

Onderwerpen
Deel deze pagina
CV Marcel Hendriks

2011-heden: oprichter-eigenaar adviesbureau Energie voor Inzet, adviseur bij GoodFuels en DNV GL.

2009-2011: Projectleider VeVa-opleiding;

2005-2009: Defensie Materieel Organisatie (DMO);

2002-2005: Marine attaché Nederlandse ambassade Berlijn;

1979-2002: diverse operationele en walfuncties, o.a. hoofd technische dienst Hr. Ms. Rotterdam en Flag Officier Sea Training (FOST) in Portland, UK;

1974: Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM).

Partners Maritiem Nederland