Achtergrond

Decommissioning:


Reddingsboei voor de offshore industrie

Branche: Offshore | Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Terwijl veel dienstverleners in de offshore olie- en gasindustrie het momenteel bijzonder zwaar hebben als gevolg van de ingestorte olieprijs, kunnen andere bedrijven mogelijk hele goede verdienjaren tegemoet zien. Volgens het onderzoeks- en consultancybureau Wood Mackenzie uit Edinburgh moeten tot 2030 wereldwijd voor naar schatting 160 miljard dollar aan uitgediende productieplatforms van zee worden gehaald en gesloopt.

Alistair Hope van Shell UK sprak over de ontmantelingsmarkt op de Offshore Industry 2016-conferentie die op 26 mei in Rotterdam plaatsvond. Hope is door Shell aangesteld als projectdirecteur en verantwoordelijk voor de decommissioning, het ontmantelen, van zee halen en slopen, van de vier uitgediende productieplatforms (Alpha, Bravo, Charlie en Delta) in het Brent-veld. Dit midden jaren zeventig in productie genomen olieveld is nu opgedroogd en alles wat er in die jaren is neergezet, moet nu weg. 

Eiffeltoren

Veel platforms en andere installaties die de komende dertig, veertig jaar moeten worden ontmanteld, staan op het Engelse continentale plat van de Noordzee: 470. Daarna op het Noorse (Ekofisk) deel van de Noordzee en dan nog een handjevol in de Nederlandse, Duitse en Deense delen van de Noordzee. Maar de meeste verouderde platforms staan in de Golf van Mexico.

Shell zelf wil nu het Brentveld op 186 kilometer ten noordoosten van de Shetland-eilanden ontmantelen. Het staat er nu zo’n veertig jaar en gaat om vier grote platforms die met hun op de zeebodem verankerde onderstellen zo hoog zijn als de Eiffeltoren (324 meter). Brent is ook de naamgever van een van de bekendste Noordzee-oliesoorten, en een benchmark voor aardolie.

Er zijn al zo’n driehonderd studies gedaan maar niemand heeft het geld om grootschalig onderzoek te doen naar de beste oplossingen

De kosten voor het ontmantelen van de uitgediende productieplatforms zijn erg hoog omdat er nog relatief weinig ervaring mee is opgedaan, in ieder geval op de Noordzee. Daar is de zee vaak bijzonder ruw wat het sloopwerk op zee gevaarlijk en omslachtig maakt. Handiger zou zijn wanneer je platforms in z’n geheel van hun onderstellen kunt afhalen om vervolgens de verschillende onderdelen dan aan land uit elkaar te halen.

Volgens Shell-projectdirecteur Hope zal zijn bedrijf altijd streven naar een zo goedkoop mogelijke oplossing. Maar voorop staat dat het wel veilig en verantwoord moet gebeuren. Uit angst voor enorme imagoschade kan een bedrijf als Shell zich geen ongelukken permitteren met werk waarvoor zij opdracht hebben gegeven. Voor de ontwikkeling van de decommissioning-industrie zijn er daarom volgens de Shell-man enkele prioriteiten: het vaststellen van technische standaarden voor de uitvoering van het ontmantelingswerk, het ontwikkelen van de juiste technologie, het verbeteren van de bevoorradingsketen, het vinden van de juiste mensen om dit werk uit te voeren, samenwerking en het delen en het uitwisselen van goede praktijkervaringen. 

In de praktijk

Volgens Alistair Hope zijn er al zo’n driehonderd studies gedaan maar heeft niemand het geld om grootschalig onderzoek te doen naar de beste oplossingen. De beste oplossingen moeten volgens hem dan ook in de praktijk worden ontwikkeld.

En hoewel er al iets van twintig kleinere en middelgrote ontmantelingsprojecten, veelal in ondieper water dan het Brentveld, zijn uitgevoerd, kijkt nu iedereen in de olie- en gasindustrie reikhalzend uit naar hoe de ‘Pioneering Spirit’ het zal gaan doen. Bij dat ontmantelingswerk zijn zware kraanschepen nodig maar dan nog moeten platforms vaak op zee in stukken worden gesneden om ze van hun plek te kunnen takelen. Het grootste bestaande schip in deze klasse, de ‘Thialf’ van Heerema Marine Contractors, kan met twee kranen tegelijk tot 14.000 ton aan. Een monohull schip als de ‘Oleg Strashnov’ komt niet verder dan 5000 ton. Het werk is riskant, omslachtig, moeilijk, tijdrovend en de kosten zijn navenant hoog.

De Pioneering Spirit is wat dat betreft revolutionair want deze kan in één hijs een heel platform (tot 48.000 ton) van zijn sokkel tillen en op een groot ponton zetten, waarna deze naar een werf kan worden gevaren om daar gecontroleerd te worden ontmanteld. Shell heeft hiervoor de werf van Able in Seaton Port bij het Noordoost-Engelse Hartlepool uitgekozen. Het bedrijf verwacht 97 procent van al het in de platforms en de stalen onderstellen verwerkte materiaal te kunnen recyclen. 

Spanning

Volgens Ben Wilby, analist van het in decommissioning gespecialiseerde adviesbureau Douglas-Westwood (Faversham,UK) wacht iedereen met spanning af hoe de Pioneering Spirit het er met de ontmanteling van het Brentveld vanaf brengt. Als het schip bewijst dat het ontmantelingswerk allemaal veel sneller, veiliger en goedkoper kan, dan wordt dit schip in deze industrie een echte ‘gamechanger’ en mag Allseas op veel meer opdrachten rekenen, is de verwachting.

Onderwerpen
Deel deze pagina
Pioneering Spirit rondt eerste klus af

De Pioneering Spirit in de Alexiahaven in Rotterdam. Foto: Danny Cornelissen

Foto: Danny Cornelissen

Met ruim een jaar vertraging heeft het miljardenschip de Pioneering Spirit van offshorebedrijf Allseas zijn eerste commerciële opdracht voltooid. Maandag 22 augustus is op 100 kilometer voor de Noorse kust het bovendeel van het Yme-olieboorplatform met succes van zijn dragers getild. Het megaschip vertrok twee weken eerder onder grote belangstelling uit de havens van de Maasvlakte voor dit karwei.

De varende heftruck van offshorebedrijf Allseas voer met uiterste precisie om het booreiland en tilde in één keer het 13.500 ton metende Yme Mobile Production Unit (MOPU) op. Het platform stond op drie 3,5 meter brede stalen poten in 93 meter waterdiepte, 100 kilometer uit de kust. Opdrachtgever voor de klus was Repsol Norge.

Het heffen is getest door met de twaalf mechanische armen een object van 44.000 ton op te tillen bij de Maasvlakte, waar het schip anderhalf jaar lag. Ter vergelijking: de grootste kraanschepen ter wereld, de werkeilanden van Heerema Marine Contractors, kunnen 14.000 ton tillen.

Inmiddels heeft de Pioneering Spirit koers gezet naar het Noorse eiland Lutelandet, waar het platform verder zal worden ontmanteld. Vervolgens zal het schip terugkeren naar Rotterdam en dan zal Allseas de laatst vier balken voor het hefsysteem installeren, om zo het schip klaar te stomen voor de eerste echt grote klus in de zomer van 2017, het ontmantelen van de productieplatforms in het Brent olieveld van Shell.

Damen gaat de decommissioningmarkt op

Damen Shipyards lanceert een nieuw ontwerp schepen voor decommissioning (ontmanteling), de Damen Decommissioning Series. De schepen moeten kleinere olie- en gasplatforms snel en efficiënt kunnen verwijderen. 

Daartoe liet Damen Shipyards masterstudent Justin Rietveld (maritieme techniek, Rotterdam Mainport University) een conceptontwerp maken op basis van beproefde Damen schepen. Het resultaat is een schip met een dubbel achtersteven dat half af kan zinken, achterwaarts onder een platform kan manoeuvreren en tijdens het leegpompen van de ballasttanks een platform tot 1.600 ton in één keer van zijn sokkel kan liften. Dit type vaartuig zou volgens Damen de helft van alle platforms op de Noordzee kunnen ontmantelen en naar de kade brengen.

Het schip valt modulair op te bouwen, zoals alle Damen schepen. Zo kan het bedrijf al dan niet tijdelijk een helikopterdek, extra accommodatie voor personeel, kranen, of een constructie die van de twee achterdekken één groot dek maakt installeren. Daarmee kan het schip ook andere offshore werkzaamheden uitvoeren, zoals het installeren van offshore windturbines.

Partners Maritiem Nederland