Achtergrond
Vorig jaar hebben NAM en Shell UK de Kroonborg in gebruik genomen voor het onderhoud aan de platforms op de Noordzee.

De Noordzee als batterij

Auteur: Jan Spoelstra | Publicatiedatum:

De NAM ziet op lange termijn een grote behoefte aan een batterijfunctie op de Noordzee, om variabele energiebehoeften en fluctuerende duurzame energiebronnen zoals zon en wind te bufferen. Dat liet het bedrijf voorafgaand aan het ‘Gas meets Wind’ symposium, dat op 15 juni gehouden werd in het WTC Rotterdam, weten.

De stip op de horizon betreft methaan- of waterstofproductie op zee wanneer er voldoende offshore windenergie beschikbaar is, opslag van de energierijke gassen in lege velden en goeddeels bestaande gasinfrastructuur die het gas aan land brengt wanneer duurzame energiebronnen de energiebehoefte niet aan kunnen. Zo je van een nuchter Noord-Nederlands bedrijf met het hoofdkantoor in Assen kan verwachten, gaat dat wel stap voor stap, waarbij elke stap op zich rendabel moet zijn.

Deining compenseren

“Stap één is energiebesparing”, aldus Roel Aretz, operations manager zuidelijke Noordzee bij de NAM. Het vorig jaar in de vaart genomen en door de Delfzijlse werf Niestern Sander gebouwde onderhoudsschip ‘Kroonborg’ (79 x 16 m) is daar een sprekend voorbeeld van. Het schip van rederij Wagenborg uit Delfzijl biedt accommodatie aan zestig personen, onder wie veertig onderhoudstechnici voor platforms van ONEgas (een samenwerking tussen Shell UK en de NAM) in de zuidelijke Noordzee.

Aan boord staat een voor deining compenserende loopbrug van het bedrijf Ampelmann, die bij golfhoogtes tot 3 meter veilig mensen en materieel over kan zetten. Ook heeft het schip een rompvorm die weinig aan deining onderhevig is en via de twee roerpropellers vindt actieve deiningscompensatie plaats. Aretz: “Vroeger hadden we dagelijks vijf helikopters rondvliegen, nu zijn dat er twee tot drie. Het scheelt enorm in de uitstoot.” Ook vaart het schip op relatief schone gas to liquid (GTL) diesel van Shell.

Platforms automatiseren

“Verder zien we dat de kosten van produceren naar de opbrengsten toe kruipen omdat de velden leeg raken.” Aretz wijst op platform K14 en drie satellietplatforms. Op ieder platform vinden gasbehandelingsslagen plaats waarbij installaties water en een condensaat van vluchtige koolwaterstoffen uit het geproduceerde gas halen.

Op platform K14 vinden gasbehandelingsslagen plaats voordat het gas naar de NAM installaties in Den Helder wordt getransporteerd.De NAM bouwt de satellietplatforms nu om tot een installatie die alleen antivries en anticorrosiemiddel bij het zojuist omhooggekomen gas mengt, en de eerste gasbehandeling vindt pas plaats op het centrale K14 platform. “Zo kunnen we drie van deze vier platforms onbemand maken en flink energie besparen.” De werkzaamheden op het eerste satelietplatform zijn afgerond, de overige twee platforms volgen in 2017 en 2019.

Wind en gas

Het K14 platform ligt dicht bij de toekomstige offshore wind locatie IJmuiden-ver. “We worden buren”, aldus Maarten van IJcken, commercieel manager offshore bij de NAM. Hij legt uit dat de NAM inmiddels drie zelfvoorzienende platforms heeft, die middels zonnecellen en een windturbine op het platform in hun energiebehoefte voorzien.

De NAM platforms hebben jaarlijks in totaal 1,5 terawattuur aan energie nodig. Alle gasplatforms op de Noordzee verbruiken jaarlijks 7 terawattuur. Dat komt nu grotendeels uit hetzelfde gas dat naar boven gehaald wordt. Als Nederland zich aan het energieakkoord wil houden, moeten offshore windturbines jaarlijks zo’n 20 terawattuur aan energie leveren. Van IJcken: “Met de aanleg van offshore windparken verder uit de kust willen we onze gasplatforms daarop aansluiten.” 

Power to gas

“Zo komen uiteindelijk meer moleculen in Den Helder aan land”, voegt NAM ceo Gerald Schotman daar tot slot aan toe, en het gaat volgens hem nog veel verder. “De komende dertig tot vijftig jaar blijft de NAM nog gas produceren en worden we hopelijk goede buren van onze offshore wind collega’s. Maar ik durf de voorspelling aan dat we op lange termijn duurzame wind en zonne-energie, gewonnen op zee, gaan inzetten om waterstof en methaan (aardgas) te produceren uit water en CO2. Vervolgens kunnen we deze opslaan in lege gasvelden en naar boven halen wanneer de vraag naar energie stijgt.”

Met deze voornemens lijkt er een concreet pad uitgestippeld waarlangs olie- en gasbedrijven met hun ingenieurs relevant werk kunnen blijven verrichten, waar tweeduizend medewerkers van de NAM een goede boterham aan verdienen. Bovendien dragen de aardgasbaten, ook van het gas dat de andere gasproducenten omhooghalen, circa 5,4 procent van de staatsinkomsten. Ondervindt de NAM ook tegengeluid van bijvoorbeeld actiegroep Follow This, die Shell (50 procent aandeelhouder van NAM) probeert te bewegen om alle winsten te investeren in duurzame projecten? Schotman antwoordt met realiteitszin: “Wij proberen ons aan te passen. Toen we in 1947 begonnen met de aardolieproductie in Slochteren, had niemand voorzien dat we nu voor 99 procent gas omhoog halen. Je moet veranderen, de vraag is alleen hoe snel. We moeten absoluut kansen grijpen daar waar ze zich voordoen en we moeten realistisch blijven.”

Onderwerpen
Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland