Achtergrond
Illustratie: Gerrie van Adrichem

De grootste baggeraars van de wereld zijn Belgen

Branche: Baggeren | Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Voor de rechtgeaarde baggeraar uit bijvoorbeeld Sliedrecht, de bakermat van de Nederlandse baggerindustrie, zal het best even slikken zijn. Natuurlijk wordt er nog heel veel door Nederlanders gebaggerd en dat overal over de hele wereld, maar heel vaak is dat in buitenlandse, lees Belgische dienst.

Mede dankzij de Nederlanders zijn de twee grootste Belgische baggeraars, Jan De Nul en DEME (Dredging International) inmiddels hun Nederlandse concurrenten, Boskalis en Van Oord, voorbijgestreefd. Pakweg vijf jaar geleden was Boskalis nog veruit de grootste baggeraar van de wereld. De Papendrechters hadden de grootste omzet, behaalden de meeste winst, hadden de dikste orderportefeuille en de grootste vloot.

Maar de jongste was het destijds niet. De gemiddelde leeftijd van de hoppers en cutters was hoger dan die van de andere grote drie in de baggerwereld. En daar waar die andere drie massief investeerden in vernieuwing van hun vloot was Boskalis kennelijk aan het sparen, geld opzij zetten voor overnames.

Afbraakprijzen

Boskalis-topman Berdowski deed toentertijd de nieuwbouwwoede van zijn naaste concurrenten schamper af als geld steken in ijzer waarmee je overcapaciteit creëert. Om dan je schepen aan het werk te houden, moet je ook afbraakprijzen accepteren. Boskalis, in de woorden van Berdowski, probeerde daar verre van te blijven en ging vooral voor de projecten met de betere marges.

De wetten van de economie leren echter dat wie niet investeert op den duur de concurrentieslag dreigt te verliezen. Investeren moet om te kunnen blijven groeien en de concurrentie kunnen blijven volhouden. Groeien kun je op twee manieren doen. Allereerst op eigen kracht door te investeren in uitbreiding, lees in het geval van de baggeraars, in nieuwbouw. Dat laatste hebben alle vier de grote baggeraars gedaan. Scheepsbouwer IHC Merwede en onze maritieme toeleveranciers hebben er met een reeks orders van vooral DEME en Van Oord de afgelopen jaren een leuke boterham aan overgehouden.

De wetten van de economie leren dat wie niet investeert op den duur de concurrentieslag dreigt te verliezen

Boskalis deed vooral aan vlootvernieuwing en zette daarnaast in op groei door middel van overnames. In 2010 werd het lang tegenstribbelende sleep- en bergingsbedrijf SMIT ingelijfd. Begin vorig jaar werd specialist in supergrote en zwareladingschepen Dockwise opgekocht en onlangs werd zeesleepspecialist Fairmount aan de zegepraal van Berdowski toegevoegd. Ondertussen werd in 2011 ook nog een grote wegenbouwer, het Rotterdamse MNO Vervat, overgenomen.

Met SMIT en Dockwise is Boskalis inmiddels uitgegroeid tot een hele grote veelzijdige offshore dienstverlener die bijna alles met grond kan doen, van aanleg van havens, compleet met wegen tot het inrichten van de zeebodem en de bouw van installaties ten behoeve van de offshore olie- en gaswinning. En inmiddels is Boskalis via een joint-venture met VolkerWessels-dochter VSMC ook thuis in de aanleg van alle bekabeling die nodig is voor de aanleg van offshore windparken.

Geen windeieren

Die strategische keuze om Boskalis van vooral baggeraar om te vormen tot een veelzijdige offshore dienstverlener heeft het bedrijf geen windeieren gelegd. Beursanalisten hebben altijd wel iets te klagen, ook als baggeraar Koninklijke Boskalis Westminster weer hele mooie jaarcijfers presenteert. Wat het ondanks de grote overnames de afgelopen jaren en ondanks de wereldwijde recessie steeds weer heeft gedaan. Ondertussen blijft de koers van het aandeel gestaag stijgen wat getuigt van vertrouwen bij de belegger in de koers van het bedrijf.

Met een omzet van 3,5 miljard euro, een orderportefeuille van 4 miljard euro en een nettowinst van 366 miljoen euro was Boskalis vorig jaar meer dan twee keer zo groot als zijn concurrenten. Maar niet als het om het baggeren gaat. . Daarin is Boskalis op basis van de meest recente jaarcijfers van de vier waterbouwers inmiddels qua omzet  tot een vierde plek afgedaald. Toegegeven: Boskalis haalt, ook uit het baggeren, de hoogste winst.

Van de totale 3,5 miljard euro omzet haalde Boskalis vorig jaar 1269 miljoen euro (35,9 procent) uit de baggerij, tegen 1270 miljoen euro voor Van Oord en 1569 miljoen euro voor DEME. De totale omzet van Jan De Nul groeide afgelopen jaar van 2114 miljoen euro naar 2123 miljoen maar die van het baggeren viel terug van 1494 naar 1291 miljoen euro, dus nog voor Boskalis en Van Oord maar achter baggerkampioen DEME.

Aan de markt voor het baggeren heeft het niet gelegen want sinds de korte dip van 2008/9 en wat mindere jaren 2010-2012 ontwikkelt die markt zich weer sterk en komen er weer tal van grote projecten, goed voor honderden miljoenen en soms zelfs miljarden euro’s waard, op de markt. In een afgelopen najaar door de Rabobank uitgebracht rapport voorspellen de analisten dat de winstgevendheid van de wereldwijde baggermarkt tot in ieder geval 2018 aanhoudt.

Structurele groei

De Rabobank-analisten voorzien dat de baggermarkt de komende jaren structureel zal blijven groeien. Dat is te danken aan de groei van de wereldbevolking, de groeiende vraag naar energie, groei van het wereldwijde zeetransport en de groei van de schepen die maken dat overal havens moeten worden uitgebouwd. Daar komt bij dat steeds meer landen maatregelen moeten nemen tegen de stijging van de zeespiegel.

De totale capaciteit van de wereldwijde baggervloot op het gebied van hoppers is tussen 2008 en 2012 fors gegroeid, in het bijzonder bij het Chinese CHEC en Jan De Nul (+141 procent), op afstand gevolgd door Boskalis (41 procent) en DEME (34 procent). Inmiddels heeft Boskalis aan IHC Merwede de order verstrekt voor de bouw van een nieuwe grote cutter. Ook Van Oord schijnt nieuwbouwplannen te hebben maar die zijn nog niet bekendgemaakt.

Ondertussen lijkt de wereld van de vier grote Nederlandse en Belgische baggeraars de komende jaren gezelschap te krijgen van dat eerdergenoemde CHEC. De CEO van het Chinese CCCC, moedermaatschappij van CHEC, wil een plek in de wereldwijde baggermarkt veroveren. Tot nog toe haalden de Chinezen weinig werk uit het buitenland (10 procent). Maar de groeiende economische en politieke invloed van de Chinezen in Afrika, Brazilië en het Midden-Oosten zou volgens de Rabobank-analisten ook wel eens tot meer opdrachten voor de Chinese baggeraars kunnen leiden.

De order die CCCC eerder dit jaar plaatste bij IHC Merwede voor de grootste hopperzuiger (21.000 kubieke meter beuninhoud) die zij ooit voor een Chinese opdrachtgever hebben gebouwd, onderstreept de Chinese ambities. En in plaats van ze in eigen land te bouwen, gaan de Chinezen voor het beste materieel wat ze kunnen kopen. IHC Merwede is door de Chinezen geselecteerd als ‘prefered supplier’ wat uitzicht biedt op een langjarige relatie met veel werk voor de Nederlandse scheepsbouwers.

Betere tarieven

De tomeloze nieuwbouwwoede van met name Jan De Nul lijkt echter over zijn hoogtepunt heen. Waar in de periode 2009-2011 misschien nog overcapaciteit dreigde, trekt de vraag nu fors aan wat ook leidt tot betere tarieven voor de baggeraars. Rabobank voorspelt dan ook dat de winstgevendheid van alle vier de grote Belgische en Nederlandse baggeraars zich de komende jaren kan verbeteren. Van Oord meldde over vorig jaar een respectabele 130 miljoen euro winst tegen 109 miljoen euro voor DEME. De totale omzet van Jan De Nul groeide afgelopen jaar van 2114 miljoen euro naar 2123 miljoen maar die van het baggeren viel terug van 1494 naar 1291 miljoen euro, dus nog voor Boskalis en Van Oord maar achter baggerkampioen DEME. Boskalis was dus de kampioen met 366 miljoen euro winst en was daarmee ook het meest winstgevend. Het grote vraagteken is wat Jan De Nul vorig jaar heeft gedaan maar topman Japie De Nul heeft als familiebedrijf niet zoveel last van aandeelhouders en kan dus meer geld in het bedrijf houden.

Ondertussen komen er weer forse baggerprojecten op de markt. Vooral Australië, Singapore en Indonesië leveren veel werk op. Vorig jaar november kon DEME een opdracht uit Singapore melden ter waarde van 625 miljoen euro. En dat lijkt slechts het begin van nog veel meer werk. Singapore werkt hard aan landuitbreiding wat mogelijk dus ook werk voor de concurrenten oplevert. Er is sprake van zegge en schrijve 20 miljard euro aan projecten.

Jan De Nul ondertussen sleepte even daarvoor een grote opdracht (470 miljoen dollar) binnen voor de uitbouw van de luchthaven van het Australische Brisbane. Van Oord deed het goed met orders uit Koeweit (500 miljoen euro) en opdrachten uit het Indonesische Surabaja. In de tussentijd heeft Ecorys een plan gemaakt voor de bescherming van hoofdstad Jakarta tegen het rijzen van de zeespiegel. Dit landaanwinnings- en baggerproject gaat naar schatting van 20 miljard euro vergen wat een vette klus kan opleveren voor ook de Nederlandse baggeraars.

Deel deze pagina
Sleephopperzuigers (dredgers)
Aantal Tot. capaciteit
Jan De Nul 28 330.870 m3
DEME 22 199.173 m3
Van Oord 21 230.177 m3
Boskalis 20 203.407 m3
Snijkopzuigers (cutters)
Aantal Tot. vermogen
Jan De Nul 14 192.775 KW
DEME 19 150.407 KW
Van OOrd 25 148.947 KW
Boskalis 15 102.043 KW

Partners Maritiem Nederland