Achtergrond
Het JSS Karel Doorman wordt halverwege dit jaar van Roemenië naar Vlissingen overgevaren.

De communicerende vaten bij Defensie

Branche: Marine | Auteur: Menno Steketee | Publicatiedatum:

Bij de Koninklijke Marine valt voor 2020 geen nieuwbouw van marineschepen te verwachten, terwijl de vervangingsvraag zich aandient. Marine nieuwbouw is een aanjager voor innovatie, en die wordt nu onderbroken. Dit is zorgelijk. De budgetoverschrijdende F-35 helpt ook niet mee om extra marine nieuwbouw voor elkaar te krijgen.

Het Nederlands Marinebouw Cluster (NMC) , waar in ondernemingen als Thales Nederland, Damen Schelde Naval Shipbuilding maar ook diverse maritieme onderzoeksinstituten zijn vertegenwoordigd, maakt zich zorgen over de recente bezuinigingen en aanpassingen in het defensiebudget. Bronnen binnen het NMC, dat de economische tegenspoed overigens redelijk heeft doorstaan, vertellen Maritiem Nederland ‘een discontinuïteit te vrezen in de geplande vervanging van varend materieel van de Koninklijke Marine’. Vooral de onderbreking van de kennisopbouw is daarbij een bezorgdheid.

Exportmarkt

Nieuwbouwopdrachten zijn in deze sector een aanjager van innovatie. Door eerdere Nederlandse investeringen in nieuwe technologie heeft de sector een positie opgebouwd op de exportmarkt. Hierbij valt te denken aan scheepsconcepten, zoals de Sigma-klasse van Damen Naval Shipbuilding, maar ook aan marinesensoren van Thales. Momenteel ligt er een gat in de ‘roadmap’ voor Nederlandse marine-innovatie van meer dan zes jaar en de vooruitzichten voor het defensiebudget zijn niet florissant. Het consortium kijkt daarom uit naar het Witboek dat het ministerie van Defensie verderop dit jaar zegt uit te brengen in de hoop dat dit de zorgen althans gedeeltelijk kan wegnemen.

Onder druk van eerdere bezuinigingen zijn vervangingsprogramma’s en de bijbehorende innovatiestudies in de tijd naar achteren geschoven. Na de indienststelling van het nieuwe, 28.000 ton metende Joint logistic Support Ship (JSS) in 2015, is tot na 2020 geen nieuwbouw gepland. Het JSS wordt dit jaar van Damens werf in het Roemeense Galati overgebracht naar Vlissingen waar het schip zal worden afgebouwd en van uitrusting worden voorzien. Het volgende geprojecteerde nieuwbouwprogramma behelst de opvolger van de Alkmaar- klasse mijnenjagers. De laatste zes die niet zijn verkocht, zijn recent ingrijpend gemoderniseerd, maar de levensduur van de schepen is eindig waardoor vanaf 2020 vervanging staat gepland. Ook het landing platform dock ‘Hr. Ms. Rotterdam’ (LPD-1), dat eind jaren negentig in dienst kwam, is begin volgend decennium aan vervanging toe net als de resterende Karel Doormanfregatten, bekend als M-fregatten.

Voorbereidingen

De levensduur van de vier Walrus-klasse dieselelektrisch aangedreven onderzeeboten reikt na het moderniseringsprogram dat nu zijn beslag heeft, tot 2025. Wanneer de politiek besluit dat een opvolger hiervoor noodzakelijk is, zullen al jaren daarvoor voorbereidingen moeten worden getroffen, bijvoorbeeld door het inschakelen van het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC). Dit is een gelegenheidsformatie van bedrijven met expertise in onderzeebootbouw of -uitrusting. Sommige fondsen voor relevant voorbereidend onderzoek en ontwikkeling voor al deze nieuwbouwprojecten zijn al toegewezen, maar over de invulling van de projecten zelf bestaat nog geen duidelijkheid.

Deze orderkloof confronteert de marineindustrie met een aantal problemen, waaronder voldoende R&D, het behoud van goed geschoold personeel en, daarmee, het handhaven van technologische expertise. Op de exportmarkt heeft de Nederlandse marine-industrie successen gescoord, bijvoorbeeld met de verkoop van Sigma-klasse korvetten aan Marokko en Indonesië - en andere bouworders kunnen nog volgen. Maar deze schepen, hoewel modern, ‘kunnen niet functioneren als generator van technologische innovatie die nodig is om een volgende generatie van marineschepen in gang te zetten’, stelt een andere industriebron. “De rol van de Koninklijke Marine als motor voor innovatie en launching customer van veel producten van de Nederlandse marinebouwers blijft van cruciaal belang.”

Het NMC hoopt dat het Witboek van het ministerie van Defensie een aantal van de voorlopige ontwerpstudies voor nieuwe marineplatforms en -systemen naar voren haalt. Ook de nieuwbouw van opvolgers van bijvoorbeeld de Rotterdam en een nieuwe generatie mijnenjagers, in internationale samenwerking, zou idealiter een aantal jaren worden vervroegd.

Onderwerpen
Deel deze pagina
Hete hangijzers

De zorgen van het Nederlands Marinebouw Cluster kunnen lastig los worden gezien van een van de hete hangijzers in het Witboek: de geplande vervanging van de Lockheed Martin F-16 multirole gevechtsvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht en de financiële onduidelijkheden rondom de gedoodverfde opvolger, de Lockheed Martin F-35 Lightning II. De budgetten voor luchtmacht, landmacht en de marine zijn communicerende vaten, en budgetten voor een te duur gevechtsvliegtuig zullen nooit in marine nieuwbouw gestopt worden.

Nederland is een zogeheten level-2 partner in de System Development and Demonstration (SDD) fase van de F-35, beter bekend onder de projectnaam Joint Strike Fighter (JSF). Een definitief besluit over het ‘Vervanging F-16 programma’ is niet te verwachten voor het einde van 2013. Nederland heeft naar schatting al ongeveer een miljard euro geïnvesteerd in een keuze voor de F-35, onder andere door deelname in de ontwikkeling, het voorbereiden van de industrie voor eventuele orders en de aanschaf van twee testtoestellen - die overigens sinds begin april in opdracht van het ministerie van Defensie in afwachting van een opvolgingsbesluit aan de grond worden gehouden.

De F-35 was voorheen de duidelijke favoriet, maar het programma zit in zwaar weer. Vooral in de Verenigde Staten, maar ook in andere landen waar de F-35 de gedoodverfde opvolger is van het materieel waarde respectievelijke luchtmachten nu mee rondvliegen, zoals Canada, Denemarken en Australië, groeit het koor verontruste stemmen over de voortgang van het F-35-project. Lockheed Martin is nog steeds niet in staat, na elf jaar en tientallen testtoestellen die al van de band zijn gerold, te vertellen wanneer het ontwikkelingstraject eindigt of wat de definitieve stuksprijs wordt.

Het ministerie van Defensie heeft ook alarmerende geluiden laten horen over de kosten van het ‘lifecycle’-beheer, dat nu al naar schatting 60 procent duurder gaat uitvallen dan dat van de F-16. 

Partners Maritiem Nederland