Achtergrond

Bram Roelse, CEO IHC:


‘Ik leef van uitdagingen’

Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Enkele dagen voordat Koninklijke IHC zijn grootschalige reorganisatie aankondigde, sprak Maritiem Nederland met Bram Roelse, de CEO van de scheepsbouwer. Het bedrijf wil bijna vijfhonderd mensen ontslaan en twee werven in Nederland sluiten. Roelse over de achtergronden van de voorgenomen koerswijziging: “Ik verwacht dat het nog drie jaar duurt voordat de grote oliemaatschappijen weer echt grootschalig gaan investeren en schepen gaan bestellen.”

“Al onze bestaande en potentiële klanten zijn op zoek naar de meest kosteneffectieve oplossingen”, zegt Bram Roelse, sinds april vorig jaar CEO bij IHC. “Voorheen werd er vooral besteld vanuit een technologische invalshoek met mooie innovatieve oplossingen. Maar bedrijven worden nu steeds meer geleid vanuit principes van economische efficiency. Dat leidt tot een veel bedrijfseconomischere benadering van de werkelijkheid.”

Voor IHC betekent dat volgens de CEO dat zijn bedrijf zich veel meer moeten richten op kosteneffectiviteit in ontwikkeling en bouw van schepen met de bijbehorende uitrusting. Dan is niet de mooiste technologische oplossing het belangrijkste maar de optimale mix van CAPEX en OPEX. In bedrijfseconomische termen maximalisatie van verdienvermogen door optimalisatie van de TCO (Total Cost of Ownership), opgebouwd uit OPEX, afkorting van Operational Expenditure (de kosten van exploitatie) en CAPEX, de afkorting van Capital Expenditure (de investering).

En dat geldt dus voor zowel de bouw van baggerschepen als de ontwikkeling van installatieschepen voor de olie- en gasindustrie. Wat dat betreft is binnen het bedrijf nu ook het onderscheid in sectoren, bagger en offshore, opgeheven. “Wij hebben ervaren dat beide sectoren steeds meer overeenkomsten vertonen. Als we dan echt slagvaardig willen zijn dan moet je dat onderscheid opheffen en veel meer naar een functionele organisatie gaan”, zegt Roelse.

Standaardoplossingen

Natuurlijk blijft IHC in staat de technologisch meest innovatieve en vernuftige schepen te bouwen. Maar daarnaast wil Roelse ook meer focus op het ontwikkelen en aanbieden van standaardoplossingen. “Beschikbaarheid is heel belangrijk voor onze klant. In de offshore worden schepen gekocht voor speciale klussen maar in de bagger is dat veel minder en is de klant vaak veel meer gebaat bij het snel kunnen inzetten van een schip”, aldus Roelse.

En als het moet kan IHC heel snel te werk gaan. Ook als het geen standaardschip betreft zoals de op 9 mei te water gelaten hopperzuiger ‘Ilembe’ (5.500 m3) voor de Zuid-Afrikaanse Transnet Ports Authority. Na de kiellegging in januari werd het schip in vier maanden in elkaar gezet waardoor het drie maanden voor op schema kan worden opgeleverd.

'Ook in de scheepsbouw is het streven een zo gelijkmatig over de tijd verdeelde hoeveelheid werk te hebben, maar in de scheepsbouw is dat vaak erg moeilijk'

De standaard snijkopzuigers of cutters (Beavers) die IHC uit voorraad aanbiedt, kunnen al heel snel worden geleverd. Maar daarnaast biedt IHC nu ook standaard kleinere (2.000 m2, 4000 m2 en 8.000 m2) hoppers (de ‘IHC Beagle’) die heel snel aan de klant kunnen worden geleverd. Schepen die zo nodig ook op andere, goedkoper werkende partnerwerven kunnen worden gebouwd om de klant een zo kosteneffectief mogelijke oplossing te bieden. Overwogen wordt om deze schepen ook op voorraad te gaan bouwen.

Teruggang

Op die manier proberen Roelse en de zijnen met IHC de teruggang in de markt te pareren. Die teruggang zag Roelse begin vorig jaar al aankomen. De grote oliemaatschappijen begonnen toen al hun investeringsprogramma’s terug te schroeven, nog voordat, zoals Roelse dat noemt, het Midden-Oosten en de Amerikaanse schalie-olieboeren ‘een wedstrijdje armpje drukken’ begonnen in de slag om marktbehoud.

“De markt voor investeringen in diepzee-exploratie is in september, oktober vorig jaar compleet op hold gezet en dat is nog steeds zo. Ik verwacht dat het nog drie jaar duurt voordat de grote oliemaatschappijen weer echt grootschalig gaan investeren en de hiervoor benodigde schepen gaan bestellen. Onze strategiefocus in reactie hierop is om meer te gaan samenwerken in de keten, goedkopere oplossingen te realiseren en werken aan een 50/50 balans tussen CAPEX en OPEX producten & diensten.”

De Challenger is het eerste schip uit de Easydredge serie, een reeks van door Koninklijke IHC ontworpen en gebouwde gestandaardiseerde sleephopperzuigers.IHC kan dit en volgend jaar - het laatste schip wordt opgeleverd in 2017 - nog vooruit met de in 2013 verkregen megaorder voor de bouw van zeven offshore-installatieschepen voor twee verschillende opdrachtgevers voor projecten in Brazilië. Maar om de werven aan het werk te houden zouden nieuwe orders goed van pas komen. Naast de offshore schepen zijn er trouwens nog een aantal orders voor baggerschepen.

Zoals elk bedrijf is het streven ook in de scheepsbouw een zo gelijkmatig over de tijd verdeelde hoeveelheid werk te hebben. Maar in de scheepsbouw is dat vaak erg moeilijk. Toen Bram Roelse na eerdere banen bij de latere Imtech-bedrijven Rietschoten & Houwens in Rotterdam en olie en gasdienstverlener Vonk in 2001 bij IHC Systems terecht kwam, had het bedrijf nog een redelijke lijst bestellingen. Maar na 9/11 stortte de industrie in en ook toen was het zoals Roelse zegt: ‘alle hens aan dek’.

Onzekerheid

De werven van IHC in Kinderdijk, Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam werden in 2005 door moeder bedrijf IHC Caland verzelfstandigd. De werf Van der Giessen-de Noord in Krimpen aan den IJssel was door Caland al in 2003 gesloten. Roelse: “Dat waren jaren getekend door onzekerheid. Dat IHC Caland zijn werven afsplitste en als SBM Offshore verder ging, was natuurlijk niet vanuit kracht in de scheepsbouw.” Roelse ging mee in de afsplitsing.

Eind 2004 vroeg Sjef van Dooremalen (toenmalig CEO van IHC Merwede) hem om de werf in Kinderdijk te gaan leiden. “De werven waren toen redelijk leeg”, zegt Roelse. Maar wonder boven wonder trok de markt voor baggerschepen heel snel aan, al snel gevolgd door die van offshore-installatieschepen. IHC moest zelfs op zoek naar extra hellingcapaciteit. De eind 2003 gesloten Van der Giessen-de Noord werd heropend, eerst gehuurd van buurman Hollandia Kloos en kort daarna in eigendom verworven.

Zo snel kan het dus allemaal veranderen van pieken in dalen naar herstel. Met een flexibele schil van inhuur en uitbesteding wordt veel van de conjunctuurcyclus gladgestreken, maar als de zee erg woest is zoals in deze tijd, lukt dat niet meer. Roelse is niet de man die hiervoor wegloopt. “Ik zit zelf niet zo in elkaar om iets anders te gaan doen als het eens minder gaat. In voor- en tegenspoed, probeer ik te doen wat nodig is”, zegt Roelse.

Om te beginnen onder Van Dooremalen, volgens Roelse een icoon in de scheepsbouw. En ook nu hij zelf als CEO aan de top van IHC mag staan, nu de markt fors moeilijker is. “Ik leef van uitdagingen, ook als het wat moeilijker wordt.” Roelse voelt zich senang bij IHC: “Ik heb altijd in een team gewerkt en ook nu werk ik graag met een team van goede mensen.”

Roelse is de opvolger van Goof Hamers die zelf als opvolger van Sjef van Dooremalen het bedrijf leidde van 2006 tot medio 2013. Hamers wilde nog graag een keer, zoals Roelse zegt, zijn tanden zetten in een bedrijf in een hele andere sector, wat hij nu doet als CEO van Vanderlande.

Nieuwe strategie

Toen Roelse werd gevraagd om als CEO aan te treden was zijn eerste prioriteit om samen met grootaandeelhouder Indofin van Rotterdammer Cees de Bruin een nieuwe strategie voor IHC te bepalen. “Waar staan wij als bedrijf, wat gebeurt er in de markt en wat betekent dat voor de positionering van ons bedrijf?”, zegt Roelse. Hij leidt het bedrijf nu met de drie jaar geleden vanuit België overgekomen financiële topman (CFO) Dave van der Heijden. Die was daarvoor de financiële rechterhand van Jappie De Nul, topman van Jan De Nul.

Voordat Indofin meerderheidsaandeelhouder werd, is nog overwogen IHC geheel of in delen te verkopen. Maar met het geld van Indofin is IHC nu zelf op overnamepad om het aanbod aan technische oplossingen te kunnen uitbreiden. Een voorbeeld hiervan zijn de recente overnames van SAS en de fabrikant van flexibele pijpen Brastec Technologies, waarin IHC een meerderheidsaandeel heeft verworven. Dat past in het beleid om nog meer service en extra technische oplossingen te kunnen aanbieden.

Maar IHC blijft ook schepen bouwen, hoewel dat in de toekomst waarschijnlijk vaker in het buitenland zal zijn. Nu al wordt door IHC op de werf van Uljanik in Pula een grote cutter voor Boskalis gebouwd en voor diverse klanten hoppers in Bulgarije. En eerder liet IHC baggerschepen bouwen in China. “Dat zullen we meer en meer doen. Uit kostenoverwegingen zullen we meer en meer in het buitenland moeten gaan bouwen”, zegt Roelse. Doel is om een controlerend belang in een buitenlandse bouwplaats te verwerven.

Onderwerpen
Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland