Achtergrond
Het project Ruimte voor de Rivier omvat ongeveer veertig verschillende soorten maatregelen. Het wordt voor het grootste deel gefinancierd uit het budget voor waterveiligheid.  Foto: Beeldbank.nl/Rijkswaterstaat/Harry van Reeken

Baggerwerk kan nog veel efficiënter

Branche: Baggeren | Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Zolang Nederland z’n waterveiligheid serieus neemt, zul je de Nederlandse baggeraars niet snel horen klagen. Ondanks alle bezuinigingen van vooral het laatste kabinet Rutte blijven de budgetten voor de waterveiligheid redelijk op peil. Wat dat betreft hebben de Nederlandse baggeraars volgens Fries Heinis, directeur van de Vereniging van Waterbouwers, ook niet direct veel te mopperen.

Een recente analyse van de vereniging heeft nog eens aangegeven dat de markt er relatief goed uitziet. Het volume aan werk is erg stabiel. De budgetten blijven redelijk op peil wat komt omdat deze veelal zijn gekoppeld aan normen voor bijvoorbeeld waterveiligheid. Aan budget is er per jaar voor baggerwerk circa 3 miljard euro beschikbaar. Daarvan gaat echter slechts 1 tot 1,5 miljard euro in de uitvoering zitten. De rest gaat op aan ambtenaren, ingehuurd adviespersoneel en vooral onderzoek. Fries Heinis: “Wij roepen echt niet om meer geld. Maar wel om het geld dat er al is efficiënter te besteden. Wij zijn ook niet per se tegen het doen van onderzoek. Maar de praktijk is wel dat er heel veel en heel lang wordt onderzocht.”

Buitenlanders

De Nederlandse baggeraars spelen op hun thuismarkt nog steeds een grote rol. Maar de penetratie van buitenlandse bedrijven in de Nederlandse markt neemt alleen maar toe. De Belgen Jan De Nul en DEME keken al van oudsher naar de Nederlandse markt maar nu dienen zich ook andere buitenlanders aan. Laatst diende zich bij de inschrijving op een kavel voor zandwinning ook een Spaanse partij aan.

Volgens Heinis is de werkvoorraad goed maar staan door meer toetreders de prijzen onder druk. De laatste grote zandsuppletieklussen voor de Nederlandse kust gingen bijvoorbeeld naar de combinaties De Nul/DEME en Boskalis met het Deense Rohde Nielsen.

Fries HeinisDe aanleg van Maasvlakte 2 is een voorbeeld van een project deels bestaande uit nieuwbouw van aanleg van een nieuwe haven maar ook een deel kustonderhoud en verbetering waterveiligheid. Binnenlands gaat het bij waterveiligheid bijvoorbeeld om Ruimte voor de Rivier, voor het grootste deel gefinancierd uit het budget voor waterveiligheid.

De jaarlijkse omzet van de baggerbedrijven is voor meer dan 80 procent afkomstig van opdrachten van de overheid, Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies en gemeenten. De rest is afkomstig uit opdrachten van vooral havenbedrijven. Het Havenbedrijf Rotterdam was de afgelopen jaren met de aanleg van Maasvlakte 2 alleen al goed voor 10-15 procent van de jaarlijkse omzet.

Bij de behartiging van haar belangen waakt de vereniging voor het behoud van een gezonde markt voor ook de kleinere bedrijven. De vereniging lobbyt daarom richting belangrijkste opdrachtgever, de directie Noordzee van Rijkswaterstaat, om het werk aan de Noordzeekust niet in één keer aan te besteden maar in meerdere percelen op te knippen. Volgens Heinis is het tot nog toe aardig gelukt de overheid van het nut hiervan te overtuigen.

Bezuinigingsgeweld

Helemaal ongeschonden uit het bezuinigingsgeweld komt ook de baggermarkt niet. De bezuinigingen betekenen dat het budget met circa 28 tot 45 miljoen euro per jaar wordt gekort. Desondanks blijft Heinis er heilig van overtuigd dat het resterende budget nog steeds voldoende is om te financieren wat er aan opdrachten moet worden uitgevoerd.

De vereniging kan daarvoor rekenen op een groot draagvlak. Bij het laatste algemeen overleg bleek deze steun nog steeds Kamerbreed te zijn, hoogstens dat bij de ene fractie wat meer aandacht voor de ecologie en bij de andere voor de economie wordt gevraagd. De waterveiligheid is in zoverre geen politiek issue meer omdat iedereen dat belangrijk vindt, aldus Heinis.

De overheid moet wel een mate van kennis in huis hebben om werk te kunnen aanbesteden. Bij andere overheden lopen wij nu tegen een gebrek aan kennis aan’

De waterbouwers spelen daarmee ook een belangrijke rol in de Topsector Water. Met de belangrijke thuismarkt geldt de Nederlandse baggermarkt als kraamkamer van de industrie. In het baggerwerk voor de aanleg van Maasvlakte 2 zijn diverse nieuwe technieken toegepast waarvan de ervaringen ook weer op buitenlandse projecten van pas kunnen komen.

“Wat we dan ook vragen is niet extra geld maar wel het effectiever aanwenden van de bestaande budgetten”, aldus Heinis. Dat betreft dan een breed scala van instroombevordering, betrokkenheid bij hele concrete projecten, tot ondersteuning van baggeraars door middel van exportfinanciering. Volgens de vereniging krijg je betere projecten wanneer aannemers eerder bij de opzet hiervan worden betrokken. Als voorbeeld daarvan noemt Heinis de Marker Wadden, het project om het sterk vervuilde noordelijke deel van het Markermeer ecologisch weer tot leven te brengen. Dat is gelukt met vroegtijdige inbreng van de kennis en praktijkervaring van de baggeraars.

Praktijkkennis

Het doorbreken van de tot nog toe gevolgde processen van ontwerp en aanbesteding lukt volgens Heinis nu bij een aantal projecten. Een ander voorbeeld waarbij baggeraars heel vroeg in de keten waren betrokken bij opzet en uitvoering van een project is volgens Heinis de aanleg van Maasvlakte 2 wat hierdoor uiteindelijk 250 miljoen euro binnen budget is gebleven. “De processen kunnen veel korter wanneer partijen vroegtijdig worden betrokken bij plannen en ontwerpfase. Traditioneel komt de aannemer pas aan het eind bij de uitvoering in beeld. Als je de aannemer er eerder bij betrekt krijg je betere en mooiere projecten en kun je bijvoorbeeld meer met ecologie doen. De praktijkkennis van aannemers wordt nog te weinig gebruikt”, zegt Heinis.

Het project Marker Wadden is gelukt door een vroegtijdige inbreng van de kennis en praktijkervaring van de baggeraars.Wij denken vaak dat wij in Nederland ergens het beste in zijn maar volgens Heinis is wat op z’n Engels heet ‘early contractors involvement’ in andere landen een al jarenlang gebruikt concept. Engeland en Australië lopen hierin volgens Heinis echt voorop. “Wij doen hiermee in het buitenland inmiddels meer ervaring op dan in Nederland”, aldus Heinis. Dat soort projecten krijgt vaak een vorm van publiek private samenwerking waarbij de aannemer ook een deel van het financiële risico van de exploitatie voor zijn rekening neemt.

Een voorbeeld van de traditionele manier van aanbesteden is het project voor de bouw van een parkeergarage in het duin bij Katwijk. Daarop is ingeschreven door zeven partijen waarbij de zes afvallers ook een vergoeding voor hun offertekosten kunnen claimen. Dat is volgens Heinis pure kapitaalvernietiging die had kunnen worden voorkomen wanneer de gemeente eerder een aannemer had geselecteerd die in staat waren het werk uit te voeren.

Dat geldt ook voor de 25 waterschappen die Nederland telt. Deze hebben allemaal een eigen inkoopbureau met een verschillend ervaringsniveau. Heinis constateert dat wij in Nederland wat dat betreft erg slecht zijn in het leren van elkaars ervaringen. Rijkswaterstaat heeft zijn inkoop zeer recent wel gecentraliseerd. Tot voor kort was het volgens Heinis ook bij RWS praktijk dat het zelfde werk in de verschillende regio’s op verschillende wijze in de markt werd gezet. Nu is dat geüniformeerd. “Inkopen is echt een vak. De overheid moet wel een mate van kennis in huis hebben om werk te kunnen aanbesteden. Bij andere overheden lopen wij nu tegen een gebrek aan kennis aan”, aldus Heinis.

Ongezond

Er zitten wat dat betreft ook grenzen aan wat heet het opschalen van werk. Bij de aanbesteding van werken wordt steeds meer gevraagd van bedrijven die daarvoor ook niet altijd alle kennis in huis hebben. Dat kan ongezonde vormen aannemen waarbij steeds omvangrijkere, complexere en geclusterde projecten alleen nog door steeds grotere conglomeraten kunnen worden uitgevoerd. De kleinere baggerbedrijven hebben dan de keus tussen het zoeken van samenwerken met andere bedrijven, hopen als onderaannemer in aanmerking te komen voor nog wat kruimels of afhaken.

De drempel voor kleinere bedrijven of nieuwkomers op de markt mag wat dat betreft niet te hoog worden. Als alleen maar grote, steeds machtiger worden conglomeraten overblijven in de markt kunnen deze steeds hogere prijzen vragen waardoor de overheid zich ook weer in de vingers snijdt en steeds duurder uit is.

Onderwerpen
Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland