Achtergrond

Afscheid Tineke Netelenbos als voorzitter KVNR


‘We moeten Nederland als scheepvaartnatie overeind houden’

Branche: Maritieme Cluster | Auteur: Bart Stam | Publicatiedatum:

Ook in haar laatste dagen als KVNR-voorzitter heeft Tineke Netelenbos nog een overvolle agenda. In haar woonplaats Hoofddorp spreekt zij vol passie over de negen jaar (2008-2017) waarin zij het boegbeeld was van de Nederlandse redersvereniging. “Laten we ervoor zorgen dat Nederland een sterke maritieme natie blijft.”

Hoe bent u in 2008 voorzitter geworden?

Netelenbos: “Na eerst minister van Verkeer en Waterstaat (1998-2002) te zijn geweest, was ik een aantal jaren waarnemend burgemeester van Oud-Beijerland, Haarlemmermeer en Ede. In deze periode werd ik gevraagd om voorzitter te worden van de Taskforce Arbeidsmarkt Zeevarenden. Iets wat ik graag wilde doen vanwege mijn grote interesse in zowel het onderwijs als de maritieme sector. Toen mijn termijn in Ede erop zat, vroeg de KVNR in 2008 om voorzitter te worden. Daar heb ik geen seconde spijt van gehad: het is pittige functie, ook doordat ik in het bestuur zat van ECSA (European Community Shipowners’ Association, red.), maar dat heb ik altijd interessant heb gevonden. Never a dull moment met steeds weer nieuwe dossiers!” 

Als minister kreeg u te maken met uiteenlopende belangengroeperingen en brancheorganisaties met specifieke wensen, nu had u als KVNR-voorzitter dezelfde rol. Moest u daar niet aan wennen?

“Dat viel wel mee, want toen ik aantrad bij de KVNR was ik al weer vijf jaar weg uit Den Haag. Al was het wel de eerste keer dat ik niet voor de publieke sector maar meer voor het bedrijfsleven ging werken. Toch waren er veel overeenkomsten; ook als minister van Verkeer en Waterstaat maakte ik mij sterk voor Nederland als maritieme natie.”

Bent u daarin geslaagd?

“Op een aantal dossiers denk ik wel. Zo vertegenwoordigt de KVNR inmiddels de gehele zeescheepvaart, inclusief offshore en waterbouw. Ook onze publieks- en imagocampagnes als ‘Zeebenen in de klas’, bedoeld om meer jongeren een nautische en maritieme opleiding te laten volgen, zijn een groot succes geworden. Zo is tussen 2008 en 2014 het aantal studenten aan de zeevaartscholen gestegen met maar liefst 64 procent! Niet eerder hebben reders zoveel aanvragen gehad voor stagiairs op hun schepen. En dan te bedenken dat de zeescheepvaart al sinds 2008 in een diepe, wereldwijde crisis zit. Vandaar ons pleidooi voor een speciale stagevergoeding.”

Hoe valt deze sterke aanwas van het aantal studenten te verklaren tegen de hardnekkige vooroordelen van nautische en maritieme beroepen - zwaar, vies werk, lang van huis?

“Dat imago is al heel lang achterhaald en gelukkig begint dat besef langzaam maar zeker in brede kring door te dringen. De maritieme wereld is een hightech sector waar altijd behoefte is aan vakmensen.

‘Een overheid moet haar onderdanen aan boord toch beschermen?’

In Nederland varen zeevarenden niet zo lang, maximaal een jaar of zes à zeven. Dat is op zich niet zo erg want ook aan de wal is altijd behoefte aan nautische en maritieme kennis, denk maar aan havenmeesters, rederijkantoren en loodsen.

Maritieme beroepen veranderen in hoog tempo door ICT en nieuwe technologieën. Gelukkig spelen onderwijsinstellingen als STC en MIWB op Terschelling daar steeds meer op in met geavanceerde simulatoren.”

De KVNR kijkt vaak naar Denemarken als modelland. Waarom is dat?

“Denemarken is een schoolvoorbeeld van een maritieme natie met een zeer duidelijk beleid. Daarbij doel ik op de zogeheten Maritieme Autoriteit waarin beleid, handhaving en uitvoering samenkomen. Dat versterkt de aantrekkelijkheid van het Deense scheepsregister en de bijbehorende vlag.

Naar zo’n situatie zouden we in Nederland ook toe moeten. Hier verloopt de afstemming tussen beleid, uitvoering en handhaving nogal versnipperd en moeizaam. Dat moet veranderen, willen we tenminste de Nederlandse vlag aantrekkelijk houden. Een treffend voorbeeld: achthonderd schepen van Nederlandse rederijen varen niet onder de eigen vlag. Ons register telt zo’n duizend schepen, zo’n twee procent van de wereldvloot. Als Nederland een vooraanstaande maritieme natie wil blijven, moet dat verbeteren.”

Een jarenlange kwestie is het al dan niet toestaan van particuliere bewakers op Nederlandse koopvaardijschepen. Vindt u het niet jammer dat er nog steeds geen goede wetgeving is?

“(Lachend) Dat kun je wel zeggen, het is met recht een slepend dossier geworden! Toen ik in april 2008 aantrad, mocht er helemaal niets van toenmalig defensieminister Van Middelkoop. Hij wilde zelfs geen mariniers ofwel VPD’s (Vessel Protection Detachments) aan boord. Zijn opvolger Hans Hillen wilde deze militairen wel toestaan maar geen particuliere beveiligers. Wij als KVNR vinden dat vreemd want een overheid moet haar onderdanen aan boord toch beschermen?! Wij zijn het laatste land ter wereld waar dit niet mag.

Onze stelling is dat in eerste instantie de Koninklijke Marine onze koopvaardijschepen moet beschermen, tenzij dit niet mogelijk is. Bijvoorbeeld omdat het schip te klein is of omdat er geen marineschepen in de buurt zijn. In zo’n geval moeten reders een beroep kunnen doen op particuliere beveiligers.

Gelukkig ligt er nu sinds september 2016 een initiatiefwetvoorstel van VVD en CDA om particuliere bewakers toe te staan op Nederlandse zeeschepen. Afhankelijk van de kabinetsformatie verwacht ik toch wel dat het voor de zomer van 2018 is geregeld.”

U maakt zich grote zorgen over de wereldwijde crisis in de scheepvaart sinds 2008. Is er licht aan het eind van de tunnel?

“Ik ben bang van niet. Vlak voor de wereldwijde economische crisis in 2008 was de markt booming en hebben veel rederijen talloze nieuwe schepen besteld. Dat heeft geleid tot de huidige overcapaciteit. Daarnaast zijn de ladingstromen vanuit China en het Verre Oosten teruggelopen. Kortom, de marges staan enorm onder druk en veel reders varen dagelijks rond met verlies. Alleen is het nog duurder om deze schepen aan de kade te leggen. Veel scheepseigenaren zijn door hun financiële reserves heen, daarom moet deze crisis niet te lang meer duren.

Een oplossing kan zijn dat reders verouderde schepen uit de vaart halen en laten slopen. Vaak gebeurt dat niet en worden deze schepen voor een lage prijs doorverkocht. Hierdoor worden deze verouderde schepen dan weer concurrenten voor onze moderne, energiezuinige schepen. Daarom vinden wij ook dat er in Nederland een duurzaamheidsfonds moet komen om reders te helpen met investeringen in innovatie en duurzame technieken. Denk bijvoorbeeld aan de zuiveringssystemen voor ballastwater die over drie jaar verplicht zijn.”

Blijft u na uw afscheid nog betrokken bij de maritieme sector?

“Jazeker, want ik vind de maritieme sector een hele boeiende sector. Natuurlijk zal ik de KVNR en haar leden gaan missen maar ik blijf lid van Raad van Toezicht van MARIN. Ook blijf ik betrokken bij het samenwerkingsverband van Noordelijke zeehavens en bij Port of Zwolle, de gefuseerde havens van Zwolle, Meppel en Kampen.”

Onderwerpen
Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland